<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><!-- generator="wordpress.com" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>joeri-boom &amp;laquo; WordPress.com Tag Feed</title>
	<link>http://wordpress.com/tag/joeri-boom/</link>
	<description>Feed of posts on WordPress.com tagged "joeri-boom"</description>
	<pubDate>Fri, 18 Jul 2008 21:45:58 +0000</pubDate>

	<generator>http://wordpress.com/tags/</generator>
	<language>en</language>

<item>
<title><![CDATA[Defensie bepaalt het beeld]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/?p=194</link>
<pubDate>Mon, 03 Mar 2008 20:40:00 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/?p=194</guid>
<description><![CDATA[De World Press Photo en het Defensiemonopolie op Uruzganfotografie
door Joeri Boom

Een uitgeputte A]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><b>De World Press Photo en het Defensiemonopolie op Uruzganfotografie</b></p>
<p>door Joeri Boom</p>
<p><img src="http://weboorlog.wordpress.com/files/2008/02/wpph-by-tim-hetherington.jpg" alt="World Press Photo - door Tim Hetherington" /></p>
<p>Een uitgeputte Amerikaanse soldaat heeft z’n helm afgegooid en wist het zweet van z’n voorhoofd. Hij lijkt op het punt van instorten te staan. De foto is genomen door de Britse fotograaf Tim Hetherington in de Korengal Vallei in Oost-Afghanistan. Daar vecht <!--more-->een Amerikaanse eenheid van de 503rd Parachute Infantry Regiment een harde strijd tegen goed getrainde lokale milities en Arabische strijders.</p>
<p>De foto werd <a href="http://www.worldpressphoto.org" target="_blank">World Press Photo</a>. De jury van de meest prestigieuze fotoprijs ter wereld koos hem uit als “foto van het jaar 2007”. Volgens de jury laat de foto oorlog zien “zoals we die bijna nooit zien”. De foto toont “de uitputting van een man en daarmee de uitputting van een natie”.</p>
<p>Fotograaf Hetherington vergezelde journalist Sebastian Junger van het Amerikaanse maandblad <a href="http://www.vanityfair.com" target="_blank">Vanity Fair.</a> Junger en Hetherington kregen de ruimte. Hun <a href="http://www.vanityfair.com/politics/features/2008/01/afghanistan200801" target="_blank">verhaal</a> telt bijna zevenduizend woorden, dat zijn minstens acht pagina’s in een gemiddeld tijdschrift. Hetheringtons foto maakt deel uit van een <a href="http://www.vanityfair.com/politics/features/2008/01/afghanistan_slideshow200801" target="_blank">serie</a> die hij in de vallei maakte. Ook op de overige foto’s is te zien hoe hard de Amerikanen er vechten.</p>
<p><b>Het Afghaanse probleem</b><br />
De World Press Photo toont de kracht van fotografie. De zevenduizend woorden van Junger lijken in die ene foto van Hetherington te zijn samengebald. Zijn uitgeputte soldaat vertelt het verhaal van Afghanistan, zo belangrijk ook voor Nederland, dat er nu al duizenden troepen heen heeft gezonden.</p>
<p>Afghanistan, waar Bush zijn oorlog tegen het terrorisme begon, is verdwenen uit het brandpunt van het internationale nieuws. In de Verenigde Staten net zo goed als in Nederland. Er wordt nauwelijks ruimte gegeven aan achtergrondartikelen waarin de westerse aanwezigheid in Afghanistan en het gebrek aan succes daarvan wordt gekoppeld aan de ontwikkelingen in de regio. In de Volkskrant werd Vanity Fair hooghartig weggezet als een glamourblad, maar in het eigen magazine besteedt de krant geen ruimte aan deze oorlog waar Nederland tot de nek in zit. Laat staan acht pagina’s lang.</p>
<p>In Vanity Fair diende het bloedstollende verhaal van een peloton parachutisten als vehikel om ‘het Afghaanse probleem’ uit te diepen. Als er één eenheid is die strijdt tegen het terrorisme, dan zijn het wel deze Amerikaanse parachutisten. In de vallei is volgens Amerikaanse inlichtingenbronnen een nieuwe al-Qaeda-achtige groepering opgedoken: Jamiat-e Dawa el al Qurani Wasouna (JDQ). Volgens contraguerrilla-experts zou JDQ azen op de financieringsbronnen van al-Qaeda en connecties hebben met de regeringen van Saoedi-Arabië en Koeweit en met de Pakistaanse inlichtingendienst ISI.</p>
<p>Sebastian Junger volgde het Tweede Peloton twee keer, enkele weken lang. Sommige van de mannen die hij in het artikel beschrijft zijn inmiddels gesneuveld. In de dicht beboste Korengal Vallei vindt eenvijfde van alle gevechtshandelingen in Afghanistan plaats. Driekwart van alle Navo-bommen wordt in de omgeving afgeworpen. Het was hier dat in 2005 een vierkoppig Navy SEAL-team werd ingesloten. Drie van hen werden afgemaakt. Een Chinook-helikopter met zestien commando’s aan boord kwam te hulp en werd neergeschoten. Alle inzittenden werden gedood.</p>
<p>In de Korengal Vallei hebben de Amerikanen momenteel hun gehardste troepen gelegerd, want de vallei is van groot strategisch belang. Wie haar beheerst kan ongezien vanuit Pakistan Kabul naderen via de woeste uitlopers van het Hindu Kush-gebergte. In de bergen zijn de strijders nauwelijks te vinden, laat staan te verslaan.</p>
<p><b>Bewustzijnsverruimende fotografie? Niet in Uruzgan</b><br />
Opvallend is dat de World Press Photo er niet een is die op de nieuwspagina’s heeft gestaan, en dat-ie zelfs niet helemaal scherp is. De jury wijkt daarmee af van haar gangbare selectie. Juryvoorzitter  Gary Knight <a href="http://www.volkskrant.nl/buitenland/article502598.ece/Brit_wint_World_Press_Photo_2007" target="_blank">benadrukte</a> dat hij niet op zoek was geweest naar esthetische hoogstandjes, maar naar fotografie “die het publiek bewustzijn bijbrengt”.</p>
<p>Een mooie en terechte World Press Photo, die van Hetherington. Maar waar zijn eigenlijk de Nederlandse foto’s die ons enig bewustzijn bijbrengen over de operatie in Uruzgan? Zo langzamerhand is duidelijk dat de omstandigheden in die provincie niet best zijn en eerder verslechteren dan verbeteren. Er zijn aardig wat foto’s voorhanden, maar die zijn niet genomen door onafhankelijke fotografen. Ze zijn geschoten door Defensiefotografen die, zoals zij zelf zeggen, ‘in de eerste plaats militair zijn en dan pas fotograaf’.</p>
<p>Onlangs brak discussie uit over de Zilveren Camera-nominatie van sergeant Hilckmann, fotograaf bij de Audio Visuele Dienst Defensie. Verschillende fotografen waren boos dat een militair kans maakte op de belangrijkste fotoprijs van Nederland. “Propaganda” en “geen onafhankelijke fotojournalistiek” waren de <a href="http://www.photoq.nl/specials.php?reportid=60" target="_blank">bezwaren</a> van civiele collega’s. Dat hij slechts verkoopplaatjes maakt, ontkende Hilckmann. “Ik maak foto’s van alles wat op mijn pad komt. Afgerukte ledematen en andere gruwelijkheden ben ik tijdens mijn uitzendingen nog niet tegengekomen”, zei hij in <a href="http://www.nrc.nl/kunst/article902339.ece/Sjoerd_Hilckmann__Ik_ben_fotograaf,_geen_journalist" target="_blank">NRC/Handelsblad</a>.</p>
<p>Hilckmann bleek uiteindelijk weinig kans te maken. Hij won de derde (en laatste) prijs in de categorie Buitenlandse Documentaire Fotografie, met een aardige <a href="http://www.zilverencamera.nl/publicaties/95" target="_blank">fotoserie</a> waar weinig opmerkelijks aan te ontdekken was. Militairen in een Mercedes-terreinwagen, in hun tent, in gesprek met de bevolking. En zo meer. Waar waren de gevechten? Waar was de uitputting? Waar waren de mannen bij wie de adrenaline zowat uit de oren spuit nadat ze zich uit een zware hinderlaag hebben gevochten? Waar waren de door Nederlandse bommen en granaten vernietigde burgerwoningen? Zou Hilckmann er foto’s van hebben? We weten het niet, want de discussie ebte weg en er werden geen vragen meer gesteld.</p>
<p>NRC/Handelsblad had de sergeant moeten vragen wie uiteindelijk de beslissingsbevoegdheid heeft over het publiceren van z’n foto’s. Dat is niet Sjoerd Hilckmann zelf. Defensiefotografen zijn bedrijfsfotografen die niet vrij kunnen beschikken over hun beelden. Zij leggen geen verantwoording af aan een hoofdredacteur of aan het publiek, maar aan een militaire PIO, een Public Information Officer (soms Press Information Officer) genoemd, in Tarin Kowt. In laatste instantie beslist de directie Voorlichting van Defensie in Den Haag of hun platen mogen worden doorgestuurd naar de fotoredacties in Nederland.</p>
<p>Zou een dramatische foto zoals die van Hetherington zijn vrijgegeven voor publicatie? Je hoort het de voorlichter al zeggen: “Een prachtplaat, dat zie ik ook wel, maar hij geeft niet goed weer wat wij doen in Uruzgan”. De vraag is gerechtvaardigt of de situatie door een Defensiefotograaf wel gezien was als een fotogelegenheid, want, zoals de fotograaf Jan Banning (bestuurslid van World Press Photo) al zei in zijn afwijzende reactie op de nominatie van Hilckmann: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.</p>
<p><b>Gevechtsbeelden</b><br />
Defensiefotografen vertellen aan iedereen die het horen wil dat ze alles mogen fotograferen. Dus ook de Afghaanse mannen die tijdens Operatie Spin Ghar door Nederlanders werden gedetineerd. “Ze waren onherkenbaar, want ze waren geblinddoekt en alles gebeurde volledig volgens de regels van het oorlogsrecht”, vertelde een Defensiefotograaf me. Toch mochten de foto’s van Den Haag niet worden gepubliceerd, terwijl vergelijkbare (maar minder professionele) beelden door mij gemaakt wel naar buiten kwamen. Defensie kon het mij niet verbieden, maar haar eigen fotograaf wel. (Zie foto hieronder)</p>
<p><img src="http://weboorlog.wordpress.com/files/2008/02/img_6556-naam.jpg" alt="NL-gedetineerden. Foto: Joeri Boom" align="middle" height="300" width="400" /></p>
<p>Soms rukt een Defensiefotograaf zich los. Sergeant-1 Gerben van Es maakte in augustus opnamen van een <a href="http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2007/10/5/051007_choratapes.html" target="_blank">vuurgevecht</a> in het district Chora. Defensie deed aanvankelijk niets met de beelden en gaf ze niet vrij. Van Es zette naar zijn gevoel z'n baan op het spel door een kopie van de opnamen mee te geven  aan een team van het NOS-Journaal. Inmiddels zijn de opnamen van Van Es beroemd – ze werden op het Journaal vertoond. Mét toestemming van Defensie, maar die kwam er pas toen door artikelen in De Groene Amsterdammer onhoudbaar werd dat in Uruzgan vooral werd gestabiliseerd en opgebouwd, zoals Defensie het deed voorkomen in haar voorlichtingsbeleid.</p>
<p>Na het vertonen van Van Es’ gevechtsopnamen op het Journaal verscheen Defensieminister Van Middelkoop in beeld die verklaarde dat er ook gevochten wordt in Uruzgan en dat zijn departement dat nooit heeft willen verbloemen.</p>
<p>De ruk die Van Es aan zijn teugels gaf is bij veel militairen niet onopgemerkt gebleven. Het waren zijn beelden die Nederland de ogen deden openen en moegestreden militairen de erkenning gaven die ze nodig hebben als ze weer huiswaarts keren. Zij zijn hem dankbaar. Naar verluid is Van Es inmiddels door een officier voorgedragen voor het Erekruis van Verdienste. Benieuwd of de Defensietop het aandurft hem dat toe te kennen.</p>
<p>Tijdens Operatie Spin Gahr in de Baluchi Vallei bleek echter weer hoe onmachtig een Defensiefotograaf in werkelijkheid is. Van Es trok met de eenheden mee, op grond van een order van Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn zelve, maar eindigde achter een .50-machinegeweer op een pantserwagen. ‘In de eerste plaats militair, dan pas fotograaf’ betekende in dit geval dat de commandant te velde, die in oorlogssituaties het laatste woord heeft, geen boodschap had aan Van Es’ camera’s. Hij had een machinegeweerschutter nodig, en daarmee uit. Van Es, die niet was opgeleid voor het gebruik van het wapen, kreeg een spoedcursus van enkele minuten en kon op het hoogtepunt van de operatie, tijdens de gevechten, zijn fotografie wel vergeten. Pas in een later stadium, toen de Taliban al was verdwenen, lukte het hem mee te trekken met patrouillerende collega’s.</p>
<p>Intussen had Goran Tomasevic, een civiele fotograaf van Reuters, zich toegang tot het gebied weten te verschaffen door de Nederlanders te omzeilen en op te trekken met Amerikaanse militairen die aan de operatie deelnamen. De Nederlanders maakten het hem heel <a href="http://jan_edward.blogspot.com/2008/01/anp-defensiefotografen-waren-eerder.html" target="_blank">moeilijk</a>. Tomasevic mocht niet meerijden in hun pantserwagens en ging in levensgevaarlijk gebied dan maar te voet op weg naar de basis om zijn foto’s te versturen. Hij kreeg het voor elkaar. Z’n ongecensureerde foto’s verschenen op de voorpagina’s van Nederlandse kranten, terwijl Defensiefotograaf Van Es zich zat te verbijten achter z’n machinegeweer en civiele Nederlandse fotografen thuis beteuterd toekeken.</p>
<p><b>Principes te grabbel</b><br />
Toen Tim Hetherington zijn winnende foto maakte, was hij embedded bij de Amerikaanse parachutisten in de Korengal Vallei. Zijn werk was niet geheel vrij, want operationele zaken (antennes, een overzichtsbeeld van de basis) mogen niet worden vastgelegd. Ook geldt tijdens een embed ‘terughoudendheid’ bij het fotograferen van gedode en gewonde militairen. Maar Hetherington was vrijer dan de Defensiefotografen. Hij kon over zijn eigen materiaal beschikken en zelf beslissen of hij vond dat de foto’s gepubliceerd konden worden. Hetzelfde geldt voor de weinige  Nederlandse civiele fotografen die embedded zijn geweest. Als Defensie de beelden al bekijkt, dan geeft ze aan bij welke foto eventueel problemen rijzen. De eindbeslissing – vrijgeven voor publicatie of niet – ligt bij de fotograaf, want Defense kan niet over de beelden beschikken. Dit geldt overigens ook voor de artikelen van embedded-verslaggevers.</p>
<p>Media die met de troepen meereizen hebben een verklaring ondertekend waarin zij (onder meer) beloven geen operationele informatie te publiceren. Er zouden zich gevallen kunnen voordoen waarin het algemeen belang uitgaat boven de afspraken die fotografen en verslagevers met Defensie gemaakt hebben. Bijvoorbeeld wanneer Nederlandse troepen burgerslachtoffers maken of anderszins het oorlogsrecht schenden. Defensie heeft slechts één sanctiemogelijkheid als zij vindt dat de afspraken worden geschonden, en dat is dan ook meteen een vervelende: het eenzijdig opzeggen van de samenwerking. In het Nederlandse embedded-systeem kan Defensie verder geen wettelijke actie ondernemen. Overigens tonen de bewustzijnsverruimende foto van Hetherington en het tot contemplatie stemmende artikel van Sebastian Junger dat de veel bekritiseerde embedded-verslaggeving en  -fotografie zinvol zijn. Ook als media zich aan de afspraken houden.</p>
<p>Het Nederlandse publiek heeft echter weinig aan deze constatering, want Defensie neemt zelden civiele fotografen mee naar Uruzgan. Volgens Den Haag zou dat de aanvoerlijnen extra zwaar belasten. Er zijn al professionele fotografen in het gebied, meldt de afdeling Voorlichting aan verslaggevers die willen reizen met hun eigen fotograaf – namelijk die van Defensie zelf. Zo blijven we verstoken van onverdachte foto’s, maar moeten we het doen met Defensiefoto’s  waaraan nu eenmaal, hoe mooi de beelden soms ook zijn, het etiket van bedrijfsfotografie kleeft.</p>
<p>Het is opvallend dat Nederlandse (foto)journalisten zich daartegen nauwelijks verzetten. Op wat gepruttel over sergeant Hilckmanns Zilveren Camera-nominatie na, bleef het rustig aan het fotografenfront.</p>
<p><b> Gemiste kans</b></p>
<p>Ook toen Goran Tomasevic het operatiegebied binnensloop, bleef een gecoördineerde reactie uit. Onder Nederlandse collega’s werd weliswaar gemopperd op het Defensie (“Als wij niet mogen dan die Tomasevic ook niet”), maar het beleid op zich – het niet meenemen van civiele fotografen – werd niet ter discussie gesteld. Misschien was het schaamte. Tomasevic, een door de wol geverfde oorlogsfotograaf, toonde gewoon meer guts and balls, sloop naar binnen via de Amerikanen en weerstond de Nederlandse tegenwerking. Hij was blijkbaar bereid meer risico’s te nemen dan Nederlandse fotografen.</p>
<p>Het is een gemiste kans. Ik was in Uruzgan toen Tomasevic opdook en zag het met eigen ogen: de Defensievoorlichters zweetten peentjes. Zij wisten, als (foto)journalistiek Nederland nu als één man zou opstaan en verklaarde geen genoegen meer te nemen met de beperkingen, dan was het gedaan met het beleid. Dan zou er wellicht meer ruimte voor civiele fotografen kunnen zijn bedongen. Maar er gebeurde helemaal niks.</p>
<p>Het merkwaardigste is nog wel dat onze hoofdredacties zwijgen. Geen woord van protest lieten de hoofdredacteuren, die toch verenigd zijn in een Genootschap, tot nog toe horen over de controle vooraf op teksten, noch op het Defensie-monopolie op fotografie uit Uruzgan. Zij vinden het blijkbaar wel best. Het is inderdaad lekker goedkoop, werken met Defensiefotografen. Hun gescreende en geselecteerde beeldmateriaal wordt gratis ter beschikking gesteld, en dus drukken kranten als NRC/Handelsblad, Trouw, Algemeen Dagblad en de Volkskrant, de zogeheten kwaliteitspers, die zonder morren af.</p>
<p>Soms staat bij die foto’s dat ze afkomstig zijn van de Audio Visuele Dienst Defensie, vaker echter staat slechts de naam van de fotograaf vermeld zonder dat duidelijk is dat die werkt bij Defensie. Dat zet lezers op het verkeerde been. Zij verwachten onafhankelijke fotografie, maar krijgen een voorlichtersfoto voorgeschoteld.</p>
<p>Zo drukt de Wold Press Photo Nederland met zijn neus op de feiten. Wij hebben geen Tim Hetherington. Wij hebben geen Uruzgan-fotografie “die bewustzijn bijbrengt”, omdat Defensie geen civiele fotografen in haar operatiegebied duldt. En geen hoofdredacteur die erom lijkt te malen.</p>
<p>Zie ook: <a href="http://oruzgan.web-log.nl/uruzgan_weblog/2007/10/defensie_is_een.html" target="_blank">Defensie is een kwakkelende leerling</a></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Stel harde eisen aan verlenging missie]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/10/13/stel-harde-eisen-aan-verlenging-missie/</link>
<pubDate>Sat, 13 Oct 2007 15:41:08 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/10/13/stel-harde-eisen-aan-verlenging-missie/</guid>
<description><![CDATA[(Opinieartikel gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad)
Nederland moet leren van de ervaringen in]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p>(Opinieartikel gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad)</p>
<p align="left"><font color="#000000"><strong><font color="#000000"><strong>Nederland moet leren van de ervaringen in Srebrenica, stelt Joeri Boom. Dat betekent dat de missie in Uruzgan alleen verlengd kan worden als het Nederlandse leger de veiligheid van de Afghaanse bewoners kan garanderen.</strong></font></strong></font><!--more--></p>
<p><font color="#000000">Het officiële besluit is nog niet gevallen, maar het lijkt erop dat de Nederlandse regering en de top van de krijgsmacht graag in Uruzgan willen blijven. Defensieminister Van Middelkoop versprak zich enige tijd geleden. De commandant der strijdkrachten Dick Berlijn maakte duidelijk dat het een „moreel failliet” zou betekenen als Nederland Afghanistan de rug zou toekeren. Een belangrijk signaal werd ook afgegeven door de premier zelf. „Als wij daar weggaan, dan weet ik wat er met de bevolking gebeurt”, zei hij tijdens de algemene beschouwingen.</font></p>
<p><font color="#000000">Naast morele argumenten voeren ook internationaal-politieke argumenten de boventoon in de huidige discussie: als wij vertrekken, haken ook de Australiërs af, en de Canadezen in de provincie Kandahar. Bovendien zouden de Verenigde Naties, die de missie gemandateerd hebben, dan prestigeverlies lijden. En natuurlijk moeten we ons een goed NAVO-bondgenoot betonen.</font></p>
<p><strong><font color="#000000">Haalbaar</font></strong></p>
<p><font color="#000000">De missie mag dan wenselijk zijn, maar is zij ook haalbaar? Dat is de belangrijkste vraag in de verlengingsdiscussie. Om die te beantwoorden moet een rationele militaire analyse worden gemaakt, niet gehinderd door goeddoenerij of bondgenootschappelijke overwegingen. Srebrenica toonde hoe belangrijk dat is. Zoals bekend eindigde die episode in een massamoord die Nederlandse militairen niet konden, maar wel hadden moeten kunnen voorkomen. De afspraken met de VN en de NAVO over luchtsteun werden niet nagekomen. De harde les: als we de bevolking veiligheid beloven, moeten we die belofte zélf kunnen waarmaken.</font></p>
<p><font color="#000000">„Isaf bevordert de stabiliteit en de veiligheid door het vergroten van de steun van de bevolking voor de Afghaanse autoriteiten.” Zo staat het in de ”artikel 100-brief” waarmee de regering in december 2005 haar Uruzganbesluit aan de Kamer toelichtte. Wie samenwerkt met Isaf of de Afghaanse autoriteiten kan gedood worden door de taliban. Daarmee zijn we terug bij de Srebrenicavraag: Kan Nederland de bevolking in Uruzgan afdoende veiligheid bieden? Het antwoord op die vraag luidt op dit moment: Nee. En als de missie wordt verlengd zonder dat de militaire capaciteit in het gebied aanmerkelijk wordt opgevoerd, blijft het antwoord op die vraag ontkennend.</font></p>
<p><strong><font color="#000000">Inktvlekken</font></strong></p>
<p><font color="#000000">Nederland concentreert de inspanningen in ”inktvlekken”. Het zouden veilige gebieden moeten zijn waar opbouw plaatsvindt. Maar in Deh Rawod is de inktvlek inmiddels sterk gekrompen. Ik was er begin september en maakte mee hoe talibanstrijders vrijwel alle politie- en militieposten onder de voet liepen. De Nederlandse commandant moest het noorden en het zuiden van de inktvlek opgeven. Ook het inktvlekje in het district Chora is onveilig. Eind juni kromp het gebied tot 2 vierkante kilometer en raakte een Nederlandse eenheid van 150 man ingesloten. Pas na een grootscheepse aanval werden de taliban teruggedreven. Het was op het nippertje. De taliban waren al begonnen mensen te vermoorden die met Isaf of de Afghaanse regering samenwerkten.</font></p>
<p><font color="#000000">Nederland heeft te weinig troepen in Uruzgan, en de Afghaanse regering laat het afweten. Al een jaar lang worden substantiële versterkingen van het Afghaanse leger (ANA) beloofd. De hulpagenten in Deh Rawod hadden slechts twee weken training gehad, waren slecht bewapend, genoten een loon van 70 dollar (de taliban betalen hun rekruten meer) en ontvingen al maanden geen salaris. Dat vecht niet best. De taliban konden moeiteloos doorstoten.</font></p>
<p><font color="#000000">Ook de NAVO is (opnieuw) geen betrouwbare partner gebleken. In de artikel 100-brief staat dat na twee jaar de NAVO moet zorgdragen voor het vervolg van de missie. Toch zette secretaris-generaal De Hoop Scheffer Nederland onlangs onder druk. „Niemand kan hier weg”, zei hij. Ernstiger is dat Nederland zelf voor twee extra pelotons heeft moeten zorgen in het bedreigde Deh Rawod. De overige NAVO-partners lieten ons zitten.</font></p>
<p><font color="#000000">De jarenlange bezuinigingen op de krijgsmacht eisen hun tol. Bij een verlenging moet de Nederlandse troepensterkte naar beneden en blijven onze Apaches thuis. Die zijn echter onmisbaar. Als hun rotorslag klinkt, is de strijd vaak meteen beslecht. Vertrouwen op NAVO-luchtsteun voelt niet veilig gezien de ervaringen in Srebrenica en de oncollegiale opstelling van het bondgenootschap nu.</font></p>
<p><strong><font color="#000000">Sterke bondgenoot</font></strong></p>
<p><font color="#000000">Wat we nodig hebben is allereerst een militair sterke en betrouwbare bondgenoot, die zowel helikopters als veel troepen in Uruzgan levert. Met het onervaren en slecht uitgeruste Slowakije, waarmee wordt onderhandeld, redden we het niet. Veeleer valt te denken aan Groot-Brittannië, dat beschikt over Apaches en binnenkort duizenden troepen terughaalt uit Irak. De andere voorwaarde voor verlenging zijn: meer NAVO-solidariteit en een Afghaanse regering die over de brug komt.</font></p>
<p><font color="#000000">In Kaboel sprak ik met de parlementariërs Soona Niloofar en Abdul Khaliq. Zij willen beiden graag dat de Nederlanders blijven. Hun achterban in Uruzgan is blij met hen. Dan moet Nederland echter wel in staat zijn de beloofde veiligheid en stabiliteit te bieden, al is het maar in de inktvlekken. De levens van Nederlandse militairen en Afghaanse burgers staan op het spel. Zij zijn niet gebaat bij goede bedoelingen, maar slechts bij een militair haalbare missie. Daarom moet de Nederlandse houding jegens de NAVO en de Afghaanse regering zijn: Nee, tenzij. Nederland mag -nee móét- eisen stellen, die eerst ingewilligd dienen te zijn alvorens we de missie verlengen. Dat heeft Srebrenica ons geleerd.</font></p>
<p><em><font color="#000000">De auteur is redacteur van weekblad De Groene Amsterdammer. Sinds 2004 verkeert hij regelmatig in Afghanistan.</font></em></p>
<p style="width:520px;"><em><font color="#000000"><font color="#000000"><strong> </strong></font></font></em></p>
<p style="bottom:0;"><em><font color="#000000"><font color="#000000"><strong> </strong></font></font></em></p>
]]></content:encoded>
</item>

</channel>
</rss>
