<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><!-- generator="wordpress.com" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>uruzgan-februari-2007 &amp;laquo; WordPress.com Tag Feed</title>
	<link>http://wordpress.com/tag/uruzgan-februari-2007/</link>
	<description>Feed of posts on WordPress.com tagged "uruzgan-februari-2007"</description>
	<pubDate>Mon, 08 Sep 2008 10:10:10 +0000</pubDate>

	<generator>http://wordpress.com/tags/</generator>
	<language>en</language>

<item>
<title><![CDATA[Hellevuur en Roodhuiden]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/27/hellevuur-en-apache-films/</link>
<pubDate>Tue, 27 Feb 2007 18:39:47 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/27/hellevuur-en-apache-films/</guid>
<description><![CDATA[
“Dat doen wij niet. Ik wil het niet hebben”, zegt luitenant-kolonel Onno Eichelsheim, commandan]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><span style='text-align:center; display: block;'><object width='425' height='350'><param name='movie' value='http://www.youtube.com/v/78tEPcDtJdU'></param><param name='wmode' value='transparent'></param><embed src='http://www.youtube.com/v/78tEPcDtJdU&rel=0' type='application/x-shockwave-flash' wmode='transparent' width='425' height='350'></embed></object></span></p>
<p>“Dat doen wij niet. Ik wil het niet hebben”, zegt luitenant-kolonel Onno Eichelsheim, commandant van de Air Taskforce (ATF) op Kamp Holland. Eichelsheim is de man van de Apache-gevechtshelikopters hier in Tarin Kowt, en hij wil niet dat zijn mannen een <em>kill score</em> bijhouden van gedode Talibanstrijders, zoals de jachtvliegers in de Tweede Wereldoorlog dat deden van door hen neergehaalde toestellen.</p>
<p><!--more-->Ik heb Eichelsheim de vraag gesteld die ik onterecht achterwege liet in het gesprek met kolonel Erik van Heumen, de ATF-commandant in Kandahar.“Is bekend hoeveel kills de Apachevliegers hebben gemaakt?"<br />
“We houden dat niet bij. Stel je voor zeg, dat de piloten tegen elkaar gaan opbieden”, zegt Eichelsheim. “Hoeveel heb jij er al? Tien maar? Ik twaalf! Ik hoef mijn mensen het gelukkig niet te verbieden, want ze zijn niet geïnteresseerd in een kill score. Zij weten net als iedereen in de Taskforce dat wij hier niet zijn om oorlog te voeren”, zegt Eichelsheim.</p>
<p><em>Home of the Redskins </em>melden rode letters op een bord. Dit is het hoofdkwartier van de Apache-piloten. De Redskins zijn geliefd bij de infanteristen. De Nederlandse Apaches worden ingezet in de hele Regional Command South. Britse, Canadese en Amerikaanse troepen maken ook van de gevechtshelikopters gebruik. Vaak wordt specifiek gevraagd om “Dutch Apaches”, zei de commandant van Gilze-Rijen, de thuisbasis van 301 (Apache) squadron, onlangs in een interview.</p>
<p>“Waarom zijn de Redskins zo geliefd bij de bondgenoten?”, vraag ik.<br />
“Dat heeft te maken met het Air Manouvre-concept dat wij sinds 1996 hebben ontwikkeld”, vertelt Eichelsheim. “Wij werken samen met de Air Manouvre Brigade, de Luchtmobiele Brigade. We zijn steeds nauw verbonden met een grondeenheid. Bovendien zetten wij de meest ervaren vlieger achterin het toestel. De man voorin vliegt de helikopter, degene achterin bedient de camera’s en wapensystemen. De Britten doen het net als wij, maar de Amerikanen doen het andersom. Iedereen kan in zo’n ding vliegen, zeg ik wel eens. Maar het werken met de wapens en sensoren vereist ervaring en rust.”</p>
<p>Piloot Michel voegt zich bij ons. Hij is op zijn helikopter de man achterin. Michel is de tel kwijt, maar denkt dat dit zijn zevende buitenlandse missie is. “Wij zijn gewend om internationaal samen te werken”, zegt hij. “Daarom zijn wij geliefd, vooral bij de Canadezen die geen eigen Apaches hebben. Als zij kunnen kiezen tussen de Amerikanen en ons, vragen ze om de Redskins.”</p>
<p>De camera’s in de neus van het toestel kunnen beelden tot 126 keer vergroten. Van kilometers afstand kunnen de gevechtshelikopters de omgeving verkennen en de grondeenheden waarschuwen voor hinderlagen. Met hun 30mm boordkanon, lasergeleide hellfire-misiles en ‘domme’ maar explosieve raketten zijn ze een geducht wapen. Vaak is de diepe dreun van hun rotorslag al voldoende om de Taliban het gevecht te laten afbreken.</p>
<p>“We nemen nu vier hellfires per helikopters mee”, zegt Eichelsheim. “Twee was te weinig.” Hij toont een lijst met de taken die de Apaches uitvoeren. Ze beschermen konvooien, verkennen het gebied, houden de boel in de gaten tijdens grondoperaties en worden ingezet als quick reaction force. Dan stijgen ze op als grondeenheden in gevecht zijn geraakt en om steun vragen. De toestellen kunnen binnen een half uur ter plaatse zijn, “en als het moet kan dat nog veel sneller”, zegt Eichelsheim.</p>
<p>Tijdens de aanval die we afgelopen week op de westbank te verduren kregen, werd gevraagd om steun van de Redskins. Ze waren er snel, maar de strijders vochten door. Dat hadden ze beter niet kunnen doen. Ze hadden het moment van hun aanval goed gekozen: vlak voor de schemering. Maar het duister bood hen geen dekking. Met een paar salvo’s uit hun boordkanonnen beëindigden de Apache-piloten het gevecht. Dit soort QRF-missies, met vuurcontact, neemt de helft van alle Apache-vluchten in beslag, vertelt Eichelsheim.<br />
“Maar dan is het hier toch oorlog?”<br />
“Het is maar hoe je het bekijkt”, zegt Eichelsheim. “Apaches zijn zeer geschikt om grondtroepen te ondersteunen als die in de problemen komen, dus neemt dat een groot deel van onze vlieguren in beslag. Zijn er geen gevechten, dan stijgen wij veel minder vaak op.”</p>
<p><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/mitrailleurschutter-op-laadklep-chinook-foto-joeri-boom.jpg" alt="mitrailleurschutter op laadklep chinook - foto joeri boom.jpg" /></p>
<p>Eichelsheim zegt dat de Apache een precisiewapen is. Door zijn sterke camera’s en zijn superieure technologie kan hij toeslaan zonder veel nevenschade. De piloten dragen een speciale helm die ‘in contact staat’ met de sensoren en wapensystemen. De piloot draait zijn hoofd in de richting van het doel dat hij wil filmen of beschieten. Boordkanon en camera draaien mee. Hellfire-raketten kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Ze hebben een grote explosieve kracht, maar kunnen ook gebruikt worden als precisiewapen dat slechts een klein object verpulvert, in plaats van hele qala’s tegelijk.</p>
<p>Nee, opbouwwerk verrichten met een Apache wordt moeilijk. Maar het zou wel eens een geschikt wapen kunnen zijn in de contra-guerrilla die Nederland momenteel voert in Uruzgan. Regel één van contra-guerrilla, of counter insurgency, is terughoudendheid. Het beste wapen is heel vaak: geen wapens gebruiken. Apache-piloten kunnen secuur observeren en pas op het knopje drukken als vast staat dat het strijders betreft die Isaf of Afghaanse veiligheidstroepen belagen.</p>
<p>Ik vraag Eichelsheim naar de actie van 11 februari, toen Apaches in de buurt van Tarin Kowt twintig strijders zouden hebben gedood met hellfire-raketten. Ik leg hem uit dat een summier bericht over het doden van een grote groep strijders in het dichtsbevolkte gebied van Uruzgan leidt tot scepsis. Twintig strijders? Hoe weten we dat het strijders zijn? Misschien waren het twee gewapende mannen die rondliepen op een bazaar, en zijn er achttien burgerdoden gevallen.</p>
<p>“Jullie hebben die actie ongetwijfeld gefilmd met de camera’s van de helikopters. Zou ik die beelden mogen zien?”<br />
“Ik kan je niet alles laten zien, maar ik heb wel wat materiaal dat toont waarom we tot actie zijn overgegaan”, zegt Eichelsheim na een korte aarzeling.</p>
<p>Dit is bijzonder, want veel aan de Apache is geheim. Het toestel wordt onder meer gebruikt om inlichtingen te verzamelen, en alles wat daarmee te maken heeft is opsec, ‘operation secret’. Een luchtmachtmedewerker sluit een laptop aan op een beamer en opent wat mapjes. In het laatste mapje staan zes filmpjes. Twee daarvan zullen me getoond worden. Ze zijn gemaakt van kilometers afstand, zonder dat de aanwezigheid van de Apaches kon worden opgemerkt.</p>
<p>Het eerste filmpje toont een gebouw van twee verdiepingen binnen dikke qala-muren, en een erf vóór dat gebouw. Tegen de binnenkant van de buitenmuur staan wapens. Er lopen wat mannen met tulbanden rond, en een kind<br />
“Let op...”, zegt Michel. “Zag je het”?<br />
Ik zag een man uit het gebouw het erf op lopen, verder niks.<br />
Het filmpje wordt herhaald. Nu zie ik hoe de een man een heel even een schaduw werpt op de binnenkant van de qala-muur. Een seconde lang is heel duidelijk het silhouet te zien van wat hij op zijn rug draagt: een zak waar rpg-granaten uitsteken.<br />
“Soms spreken de beelden niet voor zich”, zegt Eichelsheim. “Dan vragen we of de Sperwer (een spionagevliegtuigje, jb) wat extra opnamen kan maken. In dit geval was dat niet nodig.”</p>
<p>Filmpje twee. In een ander deel van het dorp Koch, waar de actie zich afspeelde, loopt een groep mannen achter elkaar over een smal weggetje tussen twee qala-muren. Ik tel er twaalf, vrijwel allemaal dragen ze een dikke witte tulband, met een van de uiteinden van de doek losjes over de linkerschouder naar voren geslagen, zodat het rust op de linkerborst. Mannen die het fundamentalistische gedachtengoed van de Taliban onderschrijven, dragen vaak dergelijke witte tulbanden bij belangrijke gelegenheden. Wit is reinheid, wit is ook de tint van de pure, zuiverende jihad tegen westerse indringers.</p>
<p>De mannen werpen schaduwen. Duidelijk is te zien hoe ze wapens op de rug of in de hand dragen. Ze worden opgewacht door een man die van volledig in het wit is gekleed, en met zijn gezicht naar hen staat toegekeerd, waardoor hij slechts op de rug gefilmd kan worden. Een moellah die hen zal voorbereiden op de strijd en het eventuele martelaarschap?</p>
<p>“De gewapende groep uit de qala en deze groep gewapende mannen kwamen samen”, zegt Eichelsheim, “het waren er meer dan dertig.” Volgens de Nederlanders bereidden zij een actie voor vlakbij de plek waar Isaf en de Afghaanse veiligheidstroepen een huis van een vermoedelijke IED-specialist waren binnengevallen.</p>
<p>Eichelsheim kijkt me vragend aan. Dat was het, lijkt hij te willen zeggen. Maar mij gaat het juist om de gevolgen van de Apache-beschieting. De overste knikt begrijpend en vraagt zijn medewerker om enkele foto’s te tonen. Ik houd mijn adem in, en probeer me zo goed mogelijk voor te bereiden op een bloedig tafereel. Van de marcherende groep strijders waren de gezichten bijna te herkennen.</p>
<p>Na wat heen en weer geklik op de laptop verschijnt een mapje met foto’s, gemaakt door de Sperwer na de actie. Op een van de foto’s is een gebouwtje te zien in de hoek van een grote qala. “Daar kwam de groep in samen”, zegt Eichelsheim. “We hebben er hellfires op afgeschoten”. In het dak zitten twee relatief kleine gaten. Een stuk van de muur waartegen het gebouwtje is geplaatst is afgebrokkeld door de inslag.</p>
<p>De volgende foto toont het erf en het twee verdiepingen tellende gebouw uit filmpje één. Van het gebouw is niets meer over. “Dat kan dus ook met hellfires”, zegt Eichelsheim. Ik tel minstens acht qala’s in de omgeving van de inslag. Slechts één aanpalende qala vertoont schadesporen. De rest lijkt onbeschadigd.<br />
“Hoe is het afgelopen met die mannen?”, vraag ik.<br />
“Ze zijn uitgeschakeld”, zegt Eichelsheim.<br />
“Allemaal?”<br />
“Ja. Meer dan dertig man. We maken onze eigen <em>battle damage assesment </em>en we weten zeker dat ze allemaal zijn uitgeschakeld.”</p>
<p>‘Uitgeschakeld’ hoeft niet te betekenen: gedood. Dat bleek wel uit de verhalen van de Schutters Lange Afstand (SLA’s) die ik heb geïnterviewd. Ik zal later deze week hopelijk een weblog aan hun verhaal besteden, maar veel van hun werk is geheim of geeft inzicht in operationele zaken. Het is dus maar de vraag of ik de log mag publiceren - we zullen zien.</p>
<p>Uitgeschakeld betekent 'niet meer in staat te vechten'. Dat brengt ons op de aparte kwestie van de informatieverstrekking na dergelijke acties. In een persbericht meldde Defensie dat “verscheidenen vijandelijke strijders” werden “gedood”. Van specifieke aantallen werd niet gerept. In de Nederlandse media werd echter gesproken van “een groep van twintig Afghaanse rebellen” die zou zijn “omgekomen”. “Ze werden gedood door raketten van het type Hellfire”, meldde teletekst.</p>
<p>Naar nu blijkt betrof het een groep van méér dan dertig strijders die na een beschieting met hellfire-raketten volledig werd ‘uitgeschakeld’. Maar zijn ze ook gedood? Daarover zei Eichelsheim niks. Volgens hem zijn er bij de actie in elk geval geen vrouwen en kinderen omgekomen.<br />
“Als we een actie voorbereiden en er komen opeens vrouwen en kinderen de hoek om, wordt er niet geschoten”, zegt hij.<br />
Ik kan het niet controleren aan de hand van de beelden. Ik heb immers geen lichamen gezien. En volgens mij heeft de ATF dat evenmin - de doden lagen in het door hellfires gepenetreerde, maar niet uiteengereten, gebouwtje. Maar de filmvertoning is ten einde.</p>
<p>“Het lijkt mij heel zwaar om te schieten op mensen wiens gezichten je door de camera-lens bijna kunt onderscheiden”, zeg ik.<br />
“We weten donders goed dat het mensen zijn die we uitschakelen”, zegt Eichelsheim. “Dat komt vaak aan bod bij debriefings. Het sluimert altijd op de achtergrond. Soms scheiden de jongens zich af om nog eens over een actie na te praten. Wat deed het met jou? Hoe voel jij je nu? De piloten vormen een hechte groep die elkaar opvangt, en dat is goed, want dit werk vergt veel van je lichaam en je geest.”</p>
<p>(Afgelopen maandag droeg luitenant-kolonel Onno Eichelsheim het bevel over aan zijn opvolger.)</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Geen watjes]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/26/geen-watjes/</link>
<pubDate>Mon, 26 Feb 2007 06:06:44 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/26/geen-watjes/</guid>
<description><![CDATA[
Web[oorlog] heeft even stil gelegen. Ik ben net terug van een vijfdaagse patrouille in de ‘westba]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/patrouille-khorma-bedreigd-foto-joeri-boom.jpg" alt="Patrouille Khorma bedreigd - foto Joeri Boom" style="width:390px;height:310px;" height="310" width="390" /></p>
<p>Web[oorlog] heeft even stil gelegen. Ik ben net terug van een vijfdaagse patrouille in de ‘westbank’, een gebied ten zuiden van de Baloechi Pas en ten westen van de Dorafshan-rivier. Het gebied valt binnen de inktvlek van Nederlandse controle, maar het is er niet pluis.</p>
<p><!--more-->Hier wonen ‘middle swing’-groepen, zoals dat heet. In de meeste dorpen die we aandeden troffen we bange mensen, die niet durfden kiezen voor de Afghaanse regering, namens wie de Nederlandse Isaf-troepen optreden.</p>
<p>Ik reisde mee met Missieteam 2 van het provinciaal reconstructieteam. Het PRT werd beschermd door een eenheid infanteristen van de Battlegroup, onder leiding van luitenant Roy. Vijf dagen en vier nachten trokken we door het gebied. Om een idee te geven: de patrouillebasis Poentjak, die afgelopen week weer vijf keer werd aangevallen, ligt in het minder gevaarlijke gebied aan de oostkant van de Dorafshan.</p>
<p>Het was, kortom, een stevig buitenzijn, die vijf dagen. Zeg maar gerust: extreme camping. Buiten slapen, geen licht maken, zo weinig mogelijk geluid produceren. Een paar keer probeerden we Taliban-strijders om de tuin te leiden. Ik zal niet zeggen hoe, want dat kan de militairen hier in gevaar brengen als ze opnieuw het gebied in gaan. En dat doen ze veelvuldig, ook al vinden er nog zoveel hinderlagen en beschietingen plaats. Die misleidingspogingen faalden gedeeltelijk. We bleven berichten opvangen van strijders die ons in de gaten hielden.</p>
<p>En ja, we werden aangevallen. Dat was haast onvermijdelijk, dus we waren voorbereid.<br />
Ik zal de komende dagen enkele weblogs aan de patrouille besteden. Dus blijf web[oor]log checken.</p>
<p>De leden van PRT-Missieteam 2 en de mannen van luitenant Roy hebben knap werk geleverd. Ik heb de kern van de missie kunnen zien. Er werd nu eens niet alleen geluld over de verhouding tussen vechten en opbouwen, ik ervoer die verhouding.</p>
<p>Belangrijker nog, denk ik, is dat ik heb kunnen observeren wat dat opbouwen inhoudt in een gebied waar de bewoners leven van dag tot dag; waar kiezen voor de Taliban (de Nederlanders hebben het liever over OMF – opposing militant forces) of de regering van Karzai de mensen in levensgevaar kan brengen. Want zoals onze patrouille opeens in de dorpen opdook, zo dringt ook de Taliban veelvuldig de dorpen binnen. Een waterput slaan zonder dat de dorpelingen bereid zijn die put te beschermen, is zinloos. De Taliban zullen hem nog de volgende dag met stenen dempen en de bevolking straffen.</p>
<p>Een dorpsoudste, deels verlamd door een Russische kogel in zijn rug (hij toonde het litteken) verwoordde het als volgt: “Als jullie terug zijn in jullie kamp, blijven wij achter. En ’s nacht komen de Taliban. Zij nemen onze mannen mee naar hun schuilplaatsen in de bergen en mishandelen hen. Zo ging het de vorige keer ook nadat jullie geweest waren. Als jullie ons vragen wie wij steunen, zeggen wij: de regering. Als de Taliban ons slaat zeggen we: maar wij steunen jullie.”</p>
<p>Dát is wat schuil gaat achter de klinische term ‘middle swing group’. Zie daar maar eens iets mee aan te vangen. Ik heb de indruk dat de Nederlandse Taskforce Uruzgan goed omgaat met de onmogelijke positie van de bevolking in de ‘westbank’. Maar de aanpak is er een die pas op de langetermijn echt vruchten kan afwerpen. Ik kom er in latere weblogs op terug.</p>
<p>Eén punt wil ik nog aansnijden: bij mijn terugkeer begreep ik dat er door Navo-bondgenoten opnieuw kritiek is geleverd op de Dutch Approach. Nederlanders zouden te weinig vechten en zich gedragen als watjes. Ik kan jullie zeggen: die opmerkingen komen voort uit onwetendheid. Wie vijf dagen met Missieteam 2 en de mannen van luitenant Roys luchtmobiele peloton op stap is geweest in gevaarlijk gebied, weet dat het onzin is wat die ‘bondgenoten’ zeggen.</p>
<p>De Nederlanders hebben bewust gekozen voor een klassieke vorm van <i>counter insurgency </i>of contra-guerrilla. Ik schreef er al <a href="http://weboorlog.wordpress.com/2006/12/13/lange-frans-en-de-contra-guerrilla/" target="_blank">eerder </a>over. Het valt me op dat ik dat woord nu veel vaker uit de mond van officieren hoor rollen dan de eerste keer dat ik hier was. Ik interviewde kolonel Hans van Griensven, leider van de Taskforce en opvolger van Theo Vleugels. Ook Van Griensven sprak van een counter insurgency-operatie. Daarbij geldt dat het gebruik van geweld vrijwel altijd contraproductief is. De werkelijke strijd is de strijd om de bevolking aan jouw zijde te krijgen. Alleen als je wordt aangevallen, of als je een grote concentratie vijandige strijders aantreft, gebruik je geweld, en wel proportioneel.</p>
<p>Van Griensven gebruikte zelfs de klassieke uitspraak van Mao, die behalve communistisch massamoordenaar ook verdienstelijk guerrillacommandant was tegen de Japanners en de Kwo Min Tang. Mao zei: de bevolking is voor de guerrilla als het water voor de vis. Wil de vis niet bijten, gooi dan het water weg.</p>
<p>Van Griensven bezigde een mildere interpretatie van Mao’s gezegde. De bevolking moet niet worden ‘weggegooid’, maar worden overtuigd van het gelijk van de regering-Karzai en worden beloond voor haar steun aan Isaf. Dan vormen de dorpelingen geen ‘water’ meer voor de vis en zal de Taliban sterven. Of dat lukt in een land waar velen geen westerse militaire inmenging in hun aangelegenheden wensen, is de vraag.</p>
<p>Proportioneel geweld, ik stond erbij en keek ernaar. Wij werden beschoten van vier kanten. En ik kan alvast verklappen: de qala’s waaruit het vuur kwam zijn geen smeulende puinhopen, al is er wel flink gevochten. De Britten, Amerikanen en Canadezen zijn minder terughoudend met geweld, met tientallen burgerdoden tot gevolg, maar veel veiliger zijn de gebieden waar zij opereren niet geworden.</p>
<p>Wat betreft de Navo-kritiek op Nederland: Nederland is niet verantwoordelijk voor het hoge aantal doden aan Britse en Canadese zijde (bij elkaar zo’n honderd gesneuvelden). Uruzgan is een ander gebied dan Helmand of Kandahar, waar strijders vaak massaal optreden. In Uruzgan komt het gevaar tot nog toe van kleine groepen Taliban, die geen partij zijn voor de Nederlandse vuurkracht.</p>
<p>Bovendien, het wordt makkelijk vergeten door de ‘bondgenoten’: sinds ik hier ben zijn vijf gewonden gevallen. Vier door bermbommen, één door een ongeluk met een vuurwapen. Ik sprak vanavond een hoge officier die op de hoogte is van de ins en outs van de Nederlandse operaties. Volgens hem zijn de Nederlandse tactieken zeer effectief, maar hebben we wel degelijk veel geluk gehad, de afgelopen zeven maanden.</p>
<p>Morgen hoop ik het blog online te krijgen over de Red Skins, zoals het Apache-detachement hier wordt genoemd. Ik heb gesproken met overste Onno Eichelsheim, de commandant van het detachement inmiddels het commando aan zijn opvolger heeft overgedragen. Een voorproefje: Ik heb beelden gezien van Apache-camera’s, voorafgaand aan een grote aanval waarbij meer dan twintig OMF-strijders sneuvelden.</p>
<p>In de blogs daarna zal ik enkele infanteristen aan het woord laten. Hun gevechtservaringen liegen er niet om. Nederland weet niet de helft van wat hier gebeurt.</p>
<p>En natuurlijk kom ik terug op de vijfdaagse tocht door middle swinging-Talibanland.</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Liever de zaag dan het zwaard]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/18/liever-de-zaag-dan-het-zwaard/</link>
<pubDate>Sun, 18 Feb 2007 08:39:34 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/18/liever-de-zaag-dan-het-zwaard/</guid>
<description><![CDATA[
Dat heeft-ie vaker gedaan. Zie je zo. Hoe kun je anders zo relaxt blijven als je op de geopende laa]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal"><img width="440" src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/joeri-087.jpg" alt="joeri-087.jpg" height="301" style="width:440px;height:301px;" /></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Dat heeft-ie vaker gedaan. Zie je zo. Hoe kun je anders zo relaxt blijven als je op de geopende laadklep van een Chinook-transporthelikopter zit, met je voetjes buitenboord, terwijl we honderden meters hoog over het woeste landschap vliegen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">De Amerikaan op de laadklep laadt zijn wapen door. Zijn collega-boordschutters voorin de helikopter, die een mitrailleur bedienen aan elke kant van het toestel, doen hetzelfde. En jawel hoor: <em>Goodmorning Vietnam!</em> Het ratelt en het knalt als in Apocalyps Now. Een glimlach vormt zich om de mond van een van de schutters als hij de geschrokken gezichten van de passagiers ziet. Even de wapens testen. Vaste prik als je met Amerikanen in een van hun <em>Big Birds</em> vliegt.</span><!--more--></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">De Chinook zit vol journalisten. Amerikanen, Canadezen en Britten. Ik zit naast de ploeg van<span> </span>Kandahar TV, bestaande uit twee Afghaanse mannen met een cameraatje dat veel kleiner is dan die van hun westerse collega's. Ze dragen hun zondagse, kreukloze <em>shalwar kameezes</em>. Een van hen heeft de pinknagel aan zijn rechterhand rood geverfd en draagt een kolossale zegelring met een roze steen erin. Ze glimlachen aan een stuk door. Wat een leuke journalisten, en wat een mooi project gaan ze zien.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">We zijn onderweg naar de opening van de Trade Training School. Waar? Jawel, in Tarin Kowt. Het is een project van de Australiërs en het wordt door ISAF gepresenteerd als een geweldig succes. In december interviewde ik luitenant-kolonel Mick Ryan, commandant van de 380 man sterke Australische Reconstruction Force. Zij zijn de partners van de bijna elfhonderd Nederlanders op de basis. Hun troepen bestaan vrijwel uitsluitend uit genisten. Ryan raakte niet uitgesproken over de school. "De eerste lichting studenten is bijna klaar. We leiden nu Afghaanse trainers op zodat wij uiteindelijk overbodig worden. Daar gaat het om. Zij moeten het zelf doen."</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Het moet wel heel wat zijn, denk je dan, als je een Chinook vol internationale pers naar je school stuurt. Achter de Chinook vliegt een Black Hawk-helikopter. Die vervoert generaal Ton van Loon en zijn beveiligers. De Nederlander Van Loon voert momenteel het commando over de zuidelijke sector waar de Navo de leiding heeft genomen met het vecht- en reconstructiewerk. Kennelijk is hij meer waard dan generaal Scheffer. Die zat tijdens onze reis van Kaboel naar Kandahar gewoon met ons in de Hercules. In de Chinook was nog best een plekje over. Hadden we leuk kunnen praten over het nut van het stichten van scholen in een gebied waar de Taliban die doorgaans per omgaande weer platbranden, danwel de studenten onder druk zetten om te stoppen met hun opleiding. Als ze al niet in koelen bloede vermoord worden.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Ik ben benieuwd naar de school, maar ik wil vooral naar Uruzgan. Ik heb visioenen van een zachte heli-landing, waarna we in gepantserde auto's geladen worden en dwars door Tarin Kowt gereden, om uiteindelijk aan te komen bij een school waar een haag van enthousiaste, maar een beetje verlegen studenten en hun ouders, of op zijn minst de trotse vaders, vrouwen hebben hier nu eenmaal geen publiek bestaan, ons welkom heten op de drempel van een nieuw bestaan. En daarna, <em>on the double</em>, richting Kamp Holland. Dan kan ik eindelijk eens aan de slag.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Maar het loopt anders. De landing is zacht, dat wel. Maar de rest van het visioen blijkt een visioen. Eerst rijdt een hooghartig kijkende jonge Afghaanse militair met zijn pick-up over de voet van de joviale Canadese kapitein die ons begeleidt. Hij blijft mij hardnekkig "Jan" noemen, zelfs als ik zeg dat "Jerry" ook prima is als hij moeite heeft met Joeri. De goede man verbijt de pijn en kijkt woest naar de trotse Afghaanse soldaat. Die verblikt of verbloost niet. Ik vraag me af wat de Canadees gedaan zou hebben als er niet zoveel pers om hem heen stond. Hij is woest.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Dan worden we met zijn allen in de open laadbak van een Australische Unimog-truck geladen en naar Kamp Holland gereden. Hier moet sprake zijn van een misverstand, denk ik nog. We moeten toch naar die school? Maar die blijkt zich te bevinden binnen de hesko-omheiningen van het kamp. Sterker nog: de school heeft een <em>eigen</em> omheining, en ligt daarmee verscholen achter drie dikke muren. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Speciaal voor ons stellen de studenten zich op. Het zijn er negen. Geen juichende vaders te zien. Maar de jongens zijn wél blij met de school. Ze leren er de basisvaardigheden van timmermanswerk. "We hebben een tafel leren maken, en stoelen. Nu zijn we bezig met een bed en we gaan ook nog werken aan een koffietafel." De school biedt hen uitzicht op een zelfstandig bestaan. Er is grote behoefte aan vakmanschap in de armste provincie van Afghanistan. In de school wordt niet gewerkt met elektrische apparaten, want elektriciteit is dun gezaaid in Uruzgan, en dat zal voorlopig zo blijven, stelt <em>warrant officer </em>Greg Polson. Zo ver reikt de wederopbouw dus blijkbaar niet.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Maar hee, kom op nou! De missie is nog maar zeven maanden gaande. Je kunt niet zomaar even een gebied dat technisch en logistiek gezien nog in de middeleeuwen verkeert omvormen tot een moderne samenleving. En deze jongens kunnen wellicht uit de klauwen van de om zich heen rekruterende Taliban worden gered door ze een bestaan te bieden dat hen onontvankelijk maakt voor de handvol dollars die fundamentalistische strijders hen bieden om iets op te blazen. Ik probeer dit goed in mijn hoofd te houden, maar in mijn buik knaagt het.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">"Is het gevaarlijk voor jou om hier naar school te gaan?", vraag ik aan Najibullah, een student van 33. In de huid van zijn rechterwang zit een kuil, waarschijnlijk veroorzaakt door de vleesetende zandvliegjes die hier in de zomer menigeen verminken. Voordat hij zijn mond kan open doen, geeft Watson antwoord. "Nee hoor. Wat zij hier leren is niet bedreigend voor de Taliban. Het gaat niet in tegen het geloof. Ze leren hier de zaag op te pakken in plaats van het zwaard."</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Goed, dan nog maar eens. Ik vraag Najibullah wat er gebeurt als hij in handen valt van Taliban, of strijders die met hen sympathiseren, als zij weten dat hij hier naar school gaat. "De Taliban zeggen: werk niet met buitenlanders. Als zij weten dat ik hier naar school ga, dan heb ik een groot probleem. We komen nauwelijks buiten de bazaar van Tarin Kowt. Er zijn een paar dorpjes in de omgeving waar het ook veilig is. Maar aan de overkant van de rivier is het voor mij te gevaarlijk."</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Generaal van Loon wordt bij de school afgezet in een Bushmaster-pantserwagen die tot pal voor de ingang rijdt. Ook de Australische ambassadeur wordt verwacht, vervoerd op dezelfde zwaar gepantserde wijze, nota bene naar een locatie binnen de muren van Kamp Holland. Het verward me. Ik wil graag vertrouwen hebben in deze missie, maar dit ziet er niet goed uit. Militairen geven graag 'signalen af' aan de bevolking. Ik moet zeggen: van dit signaal kan ik geen soep koken, behalve dan dat vooruitgang een relatief begrip is in dit stuk van Afghanistan.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Later lees ik in de internet-publicaties van mijn angelsaksische collega's hoe het verder ging. Ik ben dan al weg, majoor Eric en majoor Marloes begeleidden me naar mijn onderkomen. Zij zijn de Nederlandse <em>public information officers</em> op het kamp. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Eerst sprak de moellah. Die greep zijn kans en zei tegen het hooggeplaatste Navo-publiek, meteen na de afsluiting van het openingsgebed: "We zijn omsingeld. We hebben meer veiligheid nodig." Later vulde de burgemeester van Uruzgan dit aan met een pleidooi voor meer bescherming van de scholen in Tarin Kowt - de scholen buiten het kamp dus - waaronder een meisjesschool. Generaal van Loon werd door de journalisten alleen geciteerd waar het de antwoorden betrof op hun kritische vragen naar het tempo van de wederopbouw en de veiligheid. Hij maande tot geduld. Intussen, zo schreven mijn collega's, testte een Apache hoog in de lucht maar duidelijk hoorbaar, zijn Gattling-boordkanon. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Van Loon heeft gelijk en mijn collega's hebben gelijk. Het gaat niet snel genoeg en je moet niet eisen dat het sneller kan, maar het moet wel sneller, want anders gaat het mis. Een typische <em>Catch 22</em>. Misschien is snelheid teveel gevraagd in dit ingewikkelde stammengebied, maar om één ding kunnen Nederlanders, Australiërs noch de Navo heen: als een moellah en een burgemeester vragen om meer veiligheid, dan moet dat serieus genomen worden. Zéker als ze afkomstig zijn uit Tarin Kowt, waar de Nederlanders zo hun best hebben gedaan om rust en vrede te brengen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">In december zag het er hoopvol uit in Uruzgan. Maar ik ben benieuwd wat ik dezer dagen zal aantreffen. Hoe diep gaat de missie? </span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Hoera, oorlog!]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/17/hoera-oorlog/</link>
<pubDate>Sat, 17 Feb 2007 08:36:16 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/17/hoera-oorlog/</guid>
<description><![CDATA[

Eindelijk zijn we aangekomen op vliegbasis Kandahar - KAF in de soldatenmond, afgeleid van Kandaha]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/kassier.jpg"></a></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/03/kassier.jpg" alt="Waar is de kassier van KAF? Foto Joeri Boom" /></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Eindelijk zijn we aangekomen op vliegbasis Kandahar - KAF in de soldatenmond, afgeleid van Kandahar Airfield. We worden ingekwartierd in tenten, net als de overige twaalfduizend militairen op de basis. Hier geen gepantserde containers zoals in Uruzgan, hoewel hier vaker raketaanvallen zijn.<br />
</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Dat gaat zo, vertelt een militair die hier al een tijdje zit. Eerst hoor je iets gieren, dan de klap. Dan pas gaat de sirene. "Maar dan lig je al plat op je buik. Er ligt hier overal grind. Als dat opspat door een explosie kun je je flink verwonden." Afgelopen zondag raakte een militair om die reden lichtgewond toen twee 107mm-raketten op de basis neerkwamen.</span><!--more--><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Het was een maand rustig geweest. Half januari had de laatste raketaanval plaatsgevonden. De reactie van een ISAF-woordvoerder zondagavond was lauw, schouderophalend bijna: "Dit is een van hun manieren om te zeggen: 'Hallo, we zijn er nog!' Het maximum aantal raketten dat ze tijdens een aanval op de basis gedumpt hebben is zes. Dus twee is niets abnormaals."</span></p>
<p><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/107mm.jpg" alt="Een 107mm-’orgel’ ter begroeting bij de ingang van Kamp Holland. Foto: Joeri Boom" /></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Niet iedereen snapt die laconieke houding. Rico, die ik ontmoette op KAIA, is een van de vijfhonderd Nederlanders die hier gestationeerd is. Hij zit nog vast in Kaboel en vliegt pas morgen, als hij geluk heeft. "Als zo'n raket een tent raakt is het goed mis", vertelde hij in Kaboel. "Er is al eens een eetzaal doorzeefd." De bunkers op het terrein zijn volgens hem niet veel soeps. "Je kunt beter in Tarin Kowt zitten. Daar slaap je in een gepantserde container en zijn de bunkers gemaakt van hesko's. Daar komt geen raket doorheen."</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"><span></span></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Als ik zo eens naar de bunkers op KAF kijk, denk ik dat Rico gelijk heeft. Ze bestaan uit betonnen platen. Die kunnen minder hebben dan de dikke hesko's. Dat zijn grote bakken gevuld met grind die op elkaar gestapeld worden. De lading van een 107mm-raket bestaat uit een paar kilo TNT. Dat lijkt me genoeg om de betonnen dakplaat van de KAF-bunkers te doen knakken. Ik vraag het aan een paar Nederlanders. De reacties variëren van: "geen idee" tot "dat wil ik niet weten". Niemand kiest ervoor om bij een raketaanval - dus nadat de inslag heeft geklonken - met zijn neus in het grind te blijven liggen. Want er kan nog een raket komen. Vorige zomer kwamen bij één aanval vier raketten in het kamp terecht. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Arnon Grunberg beschreef zo'n aanval in zijn boekje <i>Onder soldaten</i>, waarin hij verslag doet van zijn reis naar Afghanistan als <i>embedded writer</i>. Het werd verspreid onder de manschappen en officieren. Ik leen het van kapitein Cynthia, die ik al eens ontmoete in Kaboel en vandaag mijn 'aanspreekpunt' is in Kandahar. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Arnon schrijft hoe na de klap en na de sirene de persofficier die hem begeleidde zijn tent kwam binnenrennen en hem zijn helm opdrukte, die vervolgens weer van zijn hoofd rukte om hem zijn scherfvest te kunnen aantrekken om hem daarna weer op zijn hoofd te planten. Arnon piekerde er niet over om een bunker in te gaan. "Ga dan maar onder je bed liggen", riep de zenuwachtige persman. Maar daar was te weinig ruimte vond Arnon. Dus ging hij gewoon óp zijn matras liggen, zoals normale mensen zouden doen, zelfs als het oorlog was. Hij was dankbaar dat de paniekerige persman niet bovenop hem was gedoken, zodat hij nu rustig kon wachten op de volgende inslag. Die niet kwam.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Het heeft wel iets, de rustige kansberekening die Arnon maakte. Twaalfduizend man op een basis zo groot als Schiphol, een paar raketten die bepaald geen scuds zijn. Dat zal mijn tijd wel duren.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Maar de raket viel op vijftien meter van het Nederlandse 'recreatiegebeuren' de Dutch Corner. Dat leverde Arnon de prettige sensatie op dat er mensen waren die hem dood wilde en dat hij dus eindelijk bestond. Hoera, oorlog!</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Vik Franke, die de intense documentaire <i>09.11 Zulu</i> maakte over de Nederlandse commando's in Tarin Kowt, had datzelfde gevoel toen hij beschoten werd. Samen met de commando-eenheid die hij volgde met zijn camera raakte hij verzeild in een hinderlaag waarbij de Nederlanders bijna helemaal werden omsingeld. Toen ze zich terugtrokken werden ze opnieuw aangevallen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Toen ik hem een paar weken voor mijn vertrek sprak, vertelde Vik hoe hij een wapen leende. "Het was het wapen van de boordschutter die achter de punt 50-mitrailleur stond. Hij riep: 'Hij is schietklaar Vik, hij staat op <i>safe</i>.' Ik pakte de Diemaco en begon te schieten op de mondingsvlammetjes die ik uit een maïsveld zag komen. Het was een natuurlijke reactie. Ik zal je krijgen, dacht ik. Dus jullie willen mij dood? Hier pak aan!" </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Vik is een aardige kerel en hij schroomt niet je uit te leggen hoe lekker het is om je leven te verdedigen als je niet anders kan. Ik begrijp dat wel. Tenminste: vanuit de gedachte dat mijn leven wordt bedreigd. En dat gevoel heb ik eigenlijk zelden. Wel heb ik de ervaring dat rondreizen in oorlogsgebied mijn leven een stuk simpeler maakt. Alles wat mijn denken en handelen in beslag neemt is gericht op mijn veiligheid, mijn verhalen en hoe ik ze in hemelsnaam op de redactie krijg. Ingewikkelde liefdes, collega's, financiën en de afwas blijven me bespaard. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Terugschieten, zoals Vik, heb ik nog nooit gedaan. Als ik al eens in de situatie kom dat er om me heen wordt geschoten, kan ik me er helemaal niks bij voorstellen dat iemand mij iets zou willen aandoen. Ik zoek keurig dekking en volg braaf instructies op. Maar toch, ik weet: dit is een misverstand. Ik ben journalist, op mij hoef je niet te schieten; die kogels zijn niet voor mij bedoeld, dus waarom zou ik me zorgen maken. Het is een merkwaardig beschermingsmechanisme, maar het werkt. Het houdt mijn geest rustig en mijn lichaam scherp, want ik weet dat de kogels echt zijn. Blijkbaar heb ik de naïeve gedachte dat men het niet op mij voorzien heeft nodig om dit werk te kunnen doen. Want stel je eens voor dat het menens is, die oorlog. Dan bleef ik maar liever thuis. </span></p>
<p><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/erewacht.jpg" alt="Geïmproviseerde erewacht voor Defensieminister Henk Kamp, op afscheidstournee door Afghanistan - foto Joeri Boom" /></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Je moet Vik niet vragen of hij misschien mensen heeft gedood toen hij op de vlammetjes schoot en de testosteron door zijn lijf voelde gieren. Dan zegt hij: "Kijk, als je iemand vraagt of hij onlangs nog seks heeft gehad, dan kan dat nog nét. Maar als je vervolgens wilt weten of dat anaal was, of oraal, of op zijn hondjes, dan stel je een impertinente vraag." </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Kapitein Cynthia brengt me naar kolonel Erik van Heumen, de commandant van de Air Taskforce (ATF). Hij heeft 250 Nederlanders onder zijn hoedde. Het leeuwendeel houdt zich bezig met de Apache-gevechtshelikopters op Kamp Holland in Tarin Kowt en met de Cougar-transportheli's en de F16's op KAF. Hij legt uit dat er eigenlijk geen inzet van grondtroepen mogelijk is zonder luchtsteun. "De missie ligt hier, zegt hij. "Wij zien alles en volgen alles. Geen konvooi zonder helikopter." </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Hij is zelf helikopterpiloot. Hij vloog in Alouettes. Maar als commandant vlieg je niet. Dat vindt hij jammer, maar ach, zegt hij, hij heeft zijn vliegtijd wel gehad. Maar niet in oorlogsomstandigheden, opper ik. Gevechtsvluchten lijken me toch de krenten in de pap voor een serieuze piloot. "Nou", zegt hij, "geloof me maar: het commando van de ATF brengt genoeg spanning met zich mee."</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">We komen te spreken over de acties van de Apaches in Uruzgan. Die zijn grotendeels geheim, maar hij kan er wel iets over kwijt. De Apache, legt hij uit, heeft sensoren die het beeld 126 keer kunnen vergroten. "Dus kunnen wij van grote afstand zien of iemand een wapen draagt." Hij vertelt hoe een Apache eens een groep strijders waarnam die kameraden aan het begraven waren. "We besloten het vuur niet te openen. Ze vormden geen dreiging, redeneerden wij. Dus laat ze eerst maar hun doden begraven", zegt hij.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Heeft de Apache gewacht tot na de begrafenis en zijn de mannen daarna alsnog gedood? En hoeveel kills heeft de ATF eigenlijk op zijn naam staan? Onlangs nog zouden twintig strijders in Uruzgan zijn gedood met hellfire-raketten. Ik stel deze vragen niet. Ik verzaak en ik weet het. Ik kan er niets aan doen. Ik moet denken aan wat Vik zei, over de impertinentie van de <i>kill question </i>en de ranzige details van seks. Ik moet nog eten en ik heb de stijle duikvlucht van het Franse vliegtuig dat ons naar KAF bracht nog in mijn buik. Ik ben een beetje misselijk.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Gelukkig spreek ik (als het lukt) in Tarin Kowt commandant Onno Eichelsheim, die leiding geeft aan de helikopters daar. Misschien dat het me dan wél lukt om me te gedragen als een onverschrokken journalist. </span></p>
<p class="MsoNormal">&#160;</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[De onzichtbare grens ]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/16/de-onzichtbare-grens/</link>
<pubDate>Fri, 16 Feb 2007 21:04:26 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/16/de-onzichtbare-grens/</guid>
<description><![CDATA[
Een voordeel van wachten is dat je mensen leert kennen. De instructeur voor de Bushmasters, bijvoor]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal"><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/03/kerkdienst.jpg" alt="Kaarsjes branden voor de Nederlandse gewonden tijdens de gereformeerde kerkdienst op Kamp Holland. Foto: Joeri Boom" /></p>
<p>Een voordeel van wachten is dat je mensen leert kennen. De instructeur voor de Bushmasters, bijvoorbeeld. Een Puertoricaanse Amerikaan die na zijn vertrek uit het leger (retirement zegt hij) ging werken voor een private military firm. Nu geeft hij pantserwagenrijles in Irak en Afghanistan. De eerste groep Nederlanders die hij leerde omgaan met de Bushmaster was enthousiast. “Ik heb een foto waarop <!--more-->de wagen helemaal loskomt van de grond. Dat was toen ik een Nederlander les gaf.”</p>
<p>En korporaal M., met wie ik meer blijk te delen dan ik voor mogelijk hield. Hij wil graag naar Uruzgan, heel graag zelfs. Hij gaat maar voor twee maanden, maar heeft al voor vertrek gevraagd of hij langer mocht blijven. Hij wil graag in de praktijk brengen wat hij heeft geleerd. Hij is verbindelaar en heeft eigenlijk een beetje genoeg van alleen maar oefenen. Nu wil hij zijn kabels trekken in oorlogsgebied.</p>
<p>Maar hij heeft nog een reden om even weg te willen. Hij groeide op zonder vader, dat was al rot genoeg. Afgelopen donderdag begroef hij ook nog eens zijn moeder. Op de begrafenis verscheen hij in zijn zondagse militaire uniform. Hij droeg een gedicht voor dat hij zelf maakte, en roerde de familie daarmee diep. Zijn eigen ‘knakmoment’, zoals militairen dat noemen, kwam toen hij haar kist zag zakken. Daar ging zijn moeder. Ze komt nooit meer terug.</p>
<p>Hij was al in Kandahar, op weg naar Tarin Kowt, toen het overlijden van zijn moeder bekend werd. Hij droeg het zware nieuws beter dan de geestelijk verzorger die het hem kwam vertellen. “Hij had het moeilijk”, zegt M. “Ik heb hem gerust gesteld. Ze was al lang ziek.” M. keerde naar Nederland terug voor de begrafenis en nu is hij weer op weg naar zijn eenheid in Tarin Kowt. “Ik wil niet zitten sippen in Nederland”, zegt hij. “Laat mij maar werken in Uruzgan.”</p>
<p>Maar degene die ik hier het uitvoerigst aan het woord zal laten is Rico, koporaal der eerste klasse bij de artillerie. Hij hoopt dat andere militairen zich zullen herkennen in zijn verhaal over de onzichtbare grens.</p>
<p>Aanvankelijk raken we aan de praat over de missie in Uruzgan, en de vooruitzichten daarvan. “Het gaat hier nog wel even duren”, zegt hij beslist. “In twee jaar gaan we het nooit redden. Reken maar op een jaartje of tien of vijftien.”</p>
<p>Hij diende drie keer in Bosnië, en de eerste uitzending die hij meemaakte was die naar Kosovo, waar Nederlanders onder meer de zone rond het stadje Orahovac beveiligden. “In Bosnië zitten de internationale gemeenschap al bijna vijftien jaar, en in Kosovo zijn ze voorlopig ook nog niet weg. Het is altijd hetzelfde. Oorlog gaat maar tussen twee mensen aan de top. Zolang ze anderen zo gek krijgen om voor hen te vechten, blijft het voortduren. Geef mensen een alternatief. Geef ze werk en een redelijk inkomen. Dan heb je kans dat je een generatie los kunt maken van de oorlogsvoering. Maar ik vraag me af of we het met één generatie zullen redden hier in Afghanistan.”</p>
<p>Dan wordt ons gesprek persoonlijker. We spreken over thuiskomen uit gevaarlijk gebied en over hoe in hemelsnaam te stoppen met dit werk, dat zo mooi maar ook zo lelijk is.</p>
<p>Rico is net terug van twaalf dagen verlof in Nederland. “Het is of ik niet ben thuis geweest”, zegt hij. “Ik belde net met mijn vriendin, zij heeft hetzelfde gevoel. Aan de spulletjes en de restjes shag kon ze zien dat ik er geweest was, maar ze vond het heel onwerkelijk. Je komt in die korte tijd niet los van Afghanistan. Lopen mijn vriendin en ik op straat, zie ik iets, doet het me meteen denken aan Afghanistan. Niets zeggen, denk ik dan. Het heeft geen zin om haar daarmee op te zadelen. Ik moest echt mijn best doen een beetje thuis te zijn, die twaalf dagen.”</p>
<p>Hij heeft nog tweeënhalve maand te gaan en dan zit zijn half jaar in Afghanistan erop. Ervaring met thuiskomen heeft hij maar al te goed. Drie dagen heeft hij tijd en ruimte nodig voor zichzelf, dan keert hij langzaam terug in Nederlandse sferen. “Het duurt lang voordat je weer echt thuis bent”, vertelt hij. “De missie groeit langzaam uit je. Dat zal nu wel weer zo gaan.”</p>
<p>Ook al heb je geen gevechten meegemaakt, er is altijd een kloof tussen de thuisblijvers en de militairen die zijn weggeweest, weet hij. Rico heeft een functie op het hoofdkwartier van RC South in Kandahar. Daar kan hij volgen wat er in het gebied gebeurt. “Ik heb geen gevaarlijke situaties meegemaakt. Je hoort wel raketten over je heen komen maar daar leef je mee. Maar ik maak wel deel uit van een gevaarlijke missie. Het is thuis moeilijk uit te leggen wat dat met je doet. Er heerst hier een sterk gevoel van verbondenheid. Dat is uniek. In Nederland op de kazerne heerst een kwart voor vijf mentaliteit. Hier sta je er altijd, 24 uur per dag. Met zijn allen.”</p>
<p>Zijn vorige relatie sneuvelde, mede onder druk van de uitzendingen. Rico en zijn toenmalige vriendin groeiden uit elkaar. “Zij begreep me steeds minder. Mijn missies speelden daarin wel een rol. Als je thuiskomt, moet je een onzichtbare grens over. Het duurt even voordat je dat geklaard hebt. Maar leg dat maar eens uit.”</p>
<p>Die grens heeft te maken met fysieke ruimte, probeert hij. “In mijn geval zit ik tijdens een missie de grootste tijd vast op een kamp. Daarbuiten is het niet pluis. Je hebt weinig privacy. Je slaap met meerderen in een container of een tent. Als ik weer thuis ben, moet ik af en toe in de auto stappen en wegrijden, gewoon wég. Dan ga ik die onzichtbare grens over en vergroot ik mijn wereld. In het weekeinde wil ik stappen. Dat geeft mij het gevoel dat ik weer onder de mensen ben, dat ik weer in de wereld zit. Het kan nu weer, dus wil ik het ook.”</p>
<p>Hij dient nu bijna twaalf jaar bij de krijgsmacht en heeft besloten dat hij ermee stopt. Afghanistan is een waardige afsluiter, vindt hij. Wat hij in de burgermaatschappij gaat doen, weet hij nog niet. In elk geval zal hij de uitzendingen missen, en de krijgsmacht toch ook wel een beetje.</p>
<p>“Ik was een lastpak vroeger”, vertelt hij. En die lastpak moest in dienst. "Ik moest opkomen voor mijn nummer en wat ik nooit verwacht had gebeurde. Het leger beviel me. Ik leerde er discipline en saamhorigheid. We vormden een groep die veel voor elkaar over had. Vooral op uitzending is dat gevoel er. Daarom ga ik graag mee."</p>
<p>Thuis heeft Rico verteld dat hij naar Afghanistan moest, maar eigenlijk zit hij hier op vrijwillige basis. "Voor mij is deze uitzending belangrijk. Hij vormt een soort buffer tussen mijn oude leven binnen de krijgsmacht en een nieuw leven daarbuiten. Het klinkt misschien raar, maar Afghanistan is mijn brug naar de burgermaatschappij.”</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Vriendelijk blijven ]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/15/vriendelijk-blijven/</link>
<pubDate>Thu, 15 Feb 2007 21:03:00 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/15/vriendelijk-blijven/</guid>
<description><![CDATA[“Het klinkt mooi wat we hier willen, maar ik moet nog maar zien of het lukt. We zijn hier voor de ]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">“Het klinkt mooi wat we hier willen, maar ik moet nog maar zien of het lukt. We zijn hier voor de bevolking, maar als die op je schiet dan houdt het een keer op. Dezelfde gasten die ons in een hinderlaag lokken staan de volgende dag weer vriendelijk te zwaaien als er een patrouille voorbij komt.”</span><!--more--><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">De verkenner is er mooi klaar mee. We hebben net bericht gekregen over een anderhalf uur durend vuurgevecht, gisteren, bij patrouillebasis Poentjak, op klaarlichte dag. En vandaag, horen we zojuist, zijn drie Nederlanders gewond geraakt toen een bermbom onder hun Patria-pantserwagen ontplofte.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Tandenknarsend hoorde ik het aan. Wat doe ik hier nog? Ik moet naar Uruzgan. Blijkbaar is de lente daar al begonnen, want het geweld neemt toe. Dat is een Afghaanse traditie. Smelt de sneeuw in de hoge passen, dan liggen oncontroleerbare sluipwegen open en kunnen vijandelijke strijders weer schuilplaatsen inrichten in grotten en afgelegen dalen. “Misschien lukt het morgen om jullie naar Kandahar te vliegen”, zegt sergeant-majoor T. “Maar we geven geen garanties. Dit is Maybe Airlines.”</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Nee, het is niet gelukt. De jongens van de pantserinfanterie die ik in december hier in Kaboel ontmoette, gaven me een spoedcursus “omgaan met teleurstellingen”. Dat zou me helpen, zeiden ze, tijdens mijn verblijf bij de krijgsmacht. Het waren eveneens verkenners. Ze hadden zelf ‘harnassen’ gekocht – vesten met zakken voor patroonhouders. De standaardharnassen van Defensie waren te onhandig. De korporaal van de groep kocht van zijn eigen centen een global positioning-apparaat, waarvan hij zeker wist dat het niet zou haperen. Tamelijk belangrijk, het precies vaststellen van je positie als je onder vuur ligt en dringend artillerie- of luchtsteun nodig hebt. “Dit ding hapert tenminste niet. Dat kun je van onze standaardapparatuur niet altijd zeggen, helaas.”</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Zo moest je volgens hen omgaan met met teleurstellingen. De rotsfeer verdrijven door er zelf wat van te maken. Mistroostig kijk ik naar de kast vol spelletjes. Mens erger je niet. Schaken. Dammen. Stratego. De mannen spelen het. En ze vertellen moppen. En ze tafelvoetballen. En ze pingpongen en spelen computerspelletjes op hun laptops. Ik lees en ik praat. Ik praat en ik lees. Ik leer veel mensen kennen, en ik kruip weer wat dieper in de krijgsmacht.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Ik weet inmiddels feilloos hoe een Diemaco C7 werkt, al heb ik geen wapeninstructie gekregen – want dat mag niet meer van Den Haag. Ook heb ik uitgezocht hoe ver een 107mm-raket nu eigenlijk reikt. Dat zijn de dingen waarmee de bases meestal beschoten worden. Ze reiken achtenenhalve kilometer. Meestal bevatten ze zo’n anderhalve kilo TNT. Iran fabriceert ze, net als China. Afghanistan zit er vol mee. De 107millimeters zijn zo’n anderhalve meter lang en hebben meer weg van een uit de kluiten gewassen tankgranaat dan van een raket. Net als antitankmijnen worden ze vaak gebruikt als springlading in bermbommen.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Het is maar dat ik weet. Maar het lukt me maar niet om te gaan met mijn teleurstelling.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Gelukkig is er ook goed nieuws. Ik heb de ambassadeur van Uruzgan gesproken, Abdul Hakim Mounib. Ik ben uitgenodigd voor de lunch in zijn residentie te Tarin Kowt. Dat lijkt me een mooie gelegenheid om op stap te gaan zonder Nederlandse militairen. We zullen zien.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Mounib reisde mee met Henk Kamp, in de jet die Buitenlandse Zalen en Defensie gebruiken voor dienstreizen van hun ministers. Kamp nam afscheid van de troepen. Hij wordt opgevolgd door Eimert van Middelkoop. Ik interviewde Kamp twee weken geleden. Het artikel staat afgedrukt in De Groene Amsterdammer. Mocht ik me vervelen in Tarin Kowt, dan zet ik de volledige tekst van het interview online in dit weblog. Da’s nog een flinke klus, want ik moet meer dan een uur gesprek uittikken en ter autorisatie voorleggen aan Defensie. Ik moet nog snel zijn ook, want volgende week is Kamp weer parlementariër.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Hoe zou zijn missie aflopen? Tijdens het interview bespraken we het <em>counter insurgency</em>-karakter van de missie. Contraguerrilla is wat Nederland in Uruzgan bedrijft. Daarbij geldt de stelregel dat het belangrijkste gevecht het gevecht is om de steun te verwerven van de bevolking. Een gevecht zonder wapens, een gevecht van de lange adem.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Henk Kamp vertelde me hoe trots hij was op zijn mensen, maar dat hij zich ook zorgen maakte. Hij was wel dertien keer in Uruzgan geweest, zei hij, en inmiddels wist hij hoe het werkte. “Als een patrouille wordt beschoten en vanaf een heuvel zien de militairen maar drie mensen in het gebied, die op het land aan het werk zijn, dan weten ze dat zij degenen zijn geweest die geschoten hebben. Maar als ze bij deze boeren geen wapens aantreffen, dan doen ze niks en gaan ze weer weg. Ik vind dat heel knap. Want voor hetzelfde geld graven die mannen hun wapens weer op en beschieten ze ons opnieuw.”</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Ik leg Henk Kamps uitspraak voor aan de verkenner. Die buigt zich voorover en pulkt aan het etiket van zijn lege waterflesje. “Ik weet het, we moeten de bevolking winnen. Dat is wat we steeds te horen krijgen. Maar we leren ook dat een groot deel van de strijders die het op ons voorzien hebben, mensen uit de omgeving zijn. Vaak vechten ze voor geld. Ik hoorde bedragen van veertig dollar, daar wagen ze een paar weken hun leven voor. Of ze begraven voor dat geld een bom. Ik denk niet dat ik het zou kunnen opbrengen om vriendelijk te blijven als ik met mijn eenheid een paar keer beschoten was. En ik weet dat ik niet de enige ben.”</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Nu er steeds vaker gevochten wordt bij de Baloechi Pas, waar de patrouillebasis Poentjak ligt, zal blijken of de discipline en zelfbeheersing van de Nederlanders groot genoeg is om terughoudend te blijven optreden. Elke onschuldige burgerdode is een terugval. Elk verkeerd gebombardeerde <em>qala</em> een ramp. Henk Kamp weet het, net als de verkenner. Maar op hém komt het uiteindelijk aan.</span></p>
<p><!--[endif]--></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Eigen troepen eerst]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/14/eigen-troepen-eerst/</link>
<pubDate>Wed, 14 Feb 2007 20:59:36 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/14/eigen-troepen-eerst/</guid>
<description><![CDATA[
Ik zal het maar eerlijk zeggen: het is mijn eigen schuld dat ik nog in Kaboel zit. Ik had meegekund]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></strong><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/aan-kamp-holland-wordt-nog-steeds-gebouwd-foto-joeri-boom.jpg" alt="aan-kamp-holland-wordt-nog-steeds-gebouwd-foto-joeri-boom.jpg" /></span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Ik zal het maar eerlijk zeggen: het is mijn eigen schuld dat ik nog in Kaboel zit. Ik had meegekund op een vlucht naar Kandahar gistermiddag. Vandaaruit vliegen de Nederlanders naar Tarin Kowt met Cougar-helikopters. Het was zeer de vraag of ik vanaf Kandahar snel op zo’n Indigo-vlucht, zoals ze hier heten, zou komen. En de aalmoezenier kneep hem: hij moet zaterdag en zondag zijn kerkdiensten draaien.</span></p>
<p><!--more--><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Ik hoorde dat er vandaag een directe vlucht naar Tarin Kowt ging, met een Canadese Hercules. Het lukte me daarop een plaatsje te bemachtigen. De aalmoezenier nam mijn plek op de Kandahar-vlucht, gistermiddag. Kat in het bakkie, dacht ik. Maar ik gokte mis, want de Canadese Hercules, die ging niet. En niemand wist waarom. “Waarschijnlijk zijn er heel veel rode lampjes tegelijk gaan branden in de cockpit. De Canadezen vliegen niet als het toestel niet in perfecte staat is”, zegt sergeant-majoor T., die de vluchten regelt.</span><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Ik ken hem van mijn vorige reis. Het is een aardige man met een eigenaardige mengeling van spijt en wanhoop in zijn ogen. Hij is gewend rotnieuws te brengen. Vluchten worden afgelast, zitten vol, bestaan bij nader inzien niet. Altijd wat. Dan maakt sergeant-majoor T. het gebaar met zijn handen dat menigeen zo goed van hem kent. Hij toont zijn handpalmen, de vingers licht gekromd. De pose houdt het midden tussen een afwerend gebaar en het onmachtige heffen der handen in de lucht. “<a target="_blank" href="http://weboorlog.wordpress.com/2006/12/19/goed-gejat-maybe-airlines/">Maybe Airlines</a>, we geven geen garanties. Het spijt ons wel.”</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Het wordt tijd dat de Nederlandse Hercules weer terugkomt in het theater, zoals het operatiegebied hier wordt genoemd. Dit mag dan een Navo-operatie zijn, het is eigen volk eerst. Er is te weinig transportcapaciteit, en dus vervoeren Canadezen vooral Canadezen, Britten vooral Britten en Amerikanen vooral Amerikanen. Nederland helpt hen regelmatig uit de brand met de inzet van Apache-gevechtshelikopters en F16-straaljagers. Daarvoor worden ze terugbetaald met transportvluchten.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Militaire koehandel, zou je kunnen zeggen. ‘Collegialiteit’ zeggen de militairen liever. De mannen van <em>movecon</em>,<em> </em>de vervoerscompagnie, die de ganse dag op zoek zijn naar vluchten praten er liever niet over. Maar als je aan sergeant-majoor T. vraagt of het zou uitmaken als Nederland zijn eigen toestellen hier had, zegt hij: “Ik kan niet wachten tot onze kist terug is.” Hij weet: als er een Nederlandse Hercules in het gebied zou zijn, waren de vervoersproblemen voor de Hollanders een stuk kleiner. Rond maart, als er weer nieuwe troepen met honderden tegelijk Uruzgan in moeten, komt de Hercules terug. Voor slechts 5 weken.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Hoe zit dat nu eigenlijk? Nederland heeft vier Herculestransportvliegtuigen, en er is er niet één meer in Afghanistan. Ik vroeg wat rond en leerde het volgende. Twee van de toestellen voldoen nog niet aan de eisen die Nederland aan ze stelt. Het zijn gebruikte vliegtuigen die nog wat opgetuigd dienen te worden. Maar de transportnachtmerrie wordt vooral veroorzaakt door het gebrek aan personeel. Het kost veel tijd om voldoende <em>crews</em> voor de Hercules op te leiden. Als één toestel met een paar crews in Afghanistan werkt, gaat dat op zijn beurt weer ten koste van de opleidingscapaciteit omdat er een toestel en flink wat ervaren vliegers worden weggehaald uit Nederland.</span></p>
<p><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">Het kan dus nog wel even duren voordat Nederland zijn eigen troepen éérst kan vervoeren met zijn eigen vliegmachines. En dus wachten wij.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[“Mag ik u wat vragen?”]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/15/%e2%80%9cmag-ik-u-wat-vragen%e2%80%9d/</link>
<pubDate>Tue, 13 Feb 2007 19:01:51 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.wordpress.com/2007/02/15/%e2%80%9cmag-ik-u-wat-vragen%e2%80%9d/</guid>
<description><![CDATA[
“Het heilig vuur”, zegt de aalmoezenier plechtig als hij zijn aansteker tevoorschijn haalt. We ]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://weboorlog.files.wordpress.com/2007/02/joeri-aan-het-werk-op-kamp-holland-foto-hans-stakelbeek.jpg" alt="Joeri aan het werk op kamp holland. Copyright foto: Hans Stakelbeek" /></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">“Het heilig vuur”, zegt de aalmoezenier plechtig als hij zijn aansteker tevoorschijn haalt. We wachten op het sein om aan boord te gaan van een KDC10 – een tankvliegtuig van de luchtmacht dat na enige ombouwen ook passagiers kan vervoeren. <!--more--></span></span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">De aalmoezenier moet naar Kandahar, ik naar Uruzgan. Het is mijn tweede reis naar Tarin Kowt en Deh Rawod, de twee plekken waar Nederlandse Isaf-militairen bases hebben ingericht. En ik weet: het wordt weer wachten. </span><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Laatst, in december, zat ik dagen vast op KAIA, de basis van de multinationale brigade bij het vliegveld van Kaboel. “Uw wachten zal beloond worden”, zegt de aalmoezenier zalvend. Even denk ik dat hij me zal zegenen. Hij heeft een lange grijze baard en draagt een zilveren kruisje ingelegd met zwarte steen op zijn linker borstzak.  “Ik hoop maar dat ik op tijd in Kandahar ben voor mijn zaterdagse en zondagse kerkdienst”, zegt hij.</span><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Slechts twee uur te laat gaan we aan boord van de KDC-10. Het toestel zit maar voor de helft vol. De meeste passagiers zijn verlofgangers die terugkeren van een twaalfdaags verblijf in Nederland. De <em>cabine crew</em> bestaat uit stewardessen van MartinAir. Dezelfde als vorige keer. </span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">De dames vliegen één keer per week met de KDC-10. Ze stappen uit in Fujairah, in de Verenigde Arabische Emiraten. De tussenstop duurt drie uur. </span></span></span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Het vliegtuig wordt bijgetankt en krijgt een nieuwe bemanning, van de luchtmacht. Twee dames en een man in vliegersoveralls. Ik raak met een van de MartinAir-dames aan de praat. Dat het in Fuyairah goedkoop kerosine tanken is, snap ik. Het spul spuit er zo’n beetje puur uit de grond. Het raffinageproces heeft weinig om het lijf en vervoerskosten zijn er niet. Maar waarom wordt na vier uur vliegen steeds de hele bemanning gewisseld? Ze mogen niet landen in Kaboel, vertelt de stewardess. Het is er te gevaarlijk. </span></span></span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Ik ben verbaasd. Afghanistan heeft een eigen luchtvaartmaatschappij, Ariana. Er zijn binnenlandse en internationale burgervluchten in het land, en er zijn nooit beschietingen geweest van burgervluchten. Maar MartinAir neemt geen risico.</span><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">In de transithal van Fujairah Airport komt luchtmachter Marco op me af. Als hij loopt wiegt zijn bovenlichaam heen en weer. Zijn woestijnkleurige kistjes lijken hem minstens twee maten te groot. Ook als hij niet lacht, lacht hij een beetje. Zijn haar heeft hij afgeschoren, de stoppels van een gezonde, dichtbegroeide haardos leggen een donkere glans over zijn glimmende schedel. Hij heeft zijn handen diep in zijn zakken.<span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Marco gaat naar Kaboel om daar twee maanden lang de KDC-10 te laden en lossen. Relaxt baantje in een veilige omgeving. </span></span></span></span></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">“Mag ik u iets vragen?” Hij heeft me herkend, zegt hij. Na enig heen-en-weer gepeins zijn we eruit. Ik was in 2004 in Pol-i Khomri, waar de Nederlandse luchtmacht bezig was eenkamp op te bouwen waarvandaan een Provinciaal Reconstructie Team zou worden gerund. Marco zette daar de tenten op. Hij heeft mijn gezicht onthouden. <em>Thumbs up</em>, goed geheugen. </span></span></span></span></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Ik was in 2004 met Jeroen Oerlemans, makker en fotograaf, in Afghanistan om de presidentsverkiezingen te verslaan. We waren er toch dus, gingen we even langs bij de Nederlanders. </span><span style="font-family:Arial;"> </span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">De reis had iets meer om het lijf dan we dachten. </span></span></span></span></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Bij de Salang-tunnel, aangelegd door de Russen voor hun tanks, zodat ze de smalle Salang Pas konden vermijden, werden we overvallen door een sneeuwstorm. Onze chauffeur en tolk duwden in hun zomerse <em>shalwar kameezes</em> en met blote voeten in afgetrapte sandalen samen met ons de auto langs de glibberige weg omhoog. Wij klappertandden van de kou in onze warme kleding, zij gaven geen kik.</span></span></span></p>
<p></span></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Toen we de tunnel door waren en onderaan de berg kwamen, werden we tegengehouden door de militie van een krijgsheer. Na een half uur onderhandelen was onze prijs bepaald. Veertig dollar, een tientje de man, en we konden weer verder. Het bleek het begin van onze Afghanistan-fascinatie.</span><span style="font-family:Arial;"> </span><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">We moeten lachen als Marco ook meent het gezicht van Hans te herkennen, die ik ontmoette tijdens de vlucht. We zaten naast elkaar. Hans is freelance-fotograaf en gaat in Uruzgan voor Buitenlandse Zaken de opbouwprojecten fotograferen. Ik wens hem veel succes: het is lastig om van de basis af te komen. Zeker nu het erg onrustig is in de provincie. </span></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Marco kán Hans niet kennen, maar hij is bloedserieus. Het idee wil niet uit zijn hoofd. Bekende kop, dus er moet een connectie zijn.</span><span style="font-family:Arial;"> </span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Hilariteit als Marco, die ondanks zijn vasthoudendheid verlegen overkomt, hakkelend vraagt of ik inderdaad het neefje ben van Beatrix  - </span><span style="font-family:Arial;">“pardon, ik bedoel: de koningin.” </span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Een gedaanteverwisseling. In Pol-i Khomri trok ik op met Jaime Bourbon de Parme. Hij was er POLAD, politiek adviseur. Een goeie baan. Bijna dagelijks op stap onder bescherming van commando’s om de plaatselijke krijgsheren te bezoeken en in kaart te brengen wie de <em>power brokers</em> in de regio waren, zodat BZ wist met wie ze te schaften had. Jaime is een van de zoons van Irene, zus van Beatrix. We zijn allebei blond, maar daar stopt de gelijkenis.</span><span style="font-family:Arial;"> </span><span style="font-family:Arial;"> </span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"> </span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Als het toestel op het punt staat te vertrekken duik ik snel nog een toilet in. Twee van de pisbakken worden bewaterd door Marco en een grote vent in camouflagetenue, type ‘desert’. </span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">“Mag ik u wat vragen”, hoor ik Marco zeggen, terwijl de grote man afslingert. “Het klinkt misschien wat raar, maar ik ken u volgens mij ergens van. U heeft zo’n bekend gezicht.” </span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Ik moet moeite doen om niet de tegelvloer te bespetteren. </span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;">“Hmm”, bromt de grote man. </span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;">“Eindhoven misschien? Ik werk op de luchtmachtbasis”, zegt Marco, die nu over zijn verlegenheid heen is en welgemoed de een na de andere volzin eruit gooit. </span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;">De grote man wast zijn handen en zwijgt. Marco vraagt door. De grote man droogt zijn handen af en zegt dan, dwars door Marco’s spervuur heen: “Eindhoven, ja, kan wel. Ik ben daar een tijdje gestationeerd geweest. Maar de meeste mensen die ik er zag waren gewond of dood.” </span><span style="font-family:Arial;">Mario kijkt me met grote ogen aan en zwijgt. </span></span><span style="font-family:Arial;">Zelden een gesprek zo letterlijk dood zien slaan. </span><span style="font-family:Arial;"> </span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Tijdens het opstijgen zien we tientallen lichtvlekjes onder ons, op zee. Het zijn olietankers. Ik tel er minstens veertig. Ze liggen te wachten totdat ze olie kunnen inslaan. Een bizar gezicht. De levenslijn van het Westen is een verzameling lichtjes in de Perzische Golf. </span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">De grote man blijkt te werken voor Bureau Personeelszorg van Defensie. Hij is majoor en houdt zich bezig met de nazorg. Daarbij hoort ook het opvangen van gewonden, familieleden van gesneuvelden en het repatriëren van stoffelijk overschotten naar vliegbasis Eindhoven. Noodzakelijk werk.</span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"> </span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Zwaar werk ook, vertelt hij. Hij was geestelijk verzorger in Tarin Kowt tijdens de eerste maanden van de Uruzgan-missie. “Nooit een moment rust. Wij zijn er altijd om de mannen op te vangen, maar ze komen op de gekste momenten naar je toe. Het liefst als je even een kop thee drinkt aan de bar van de recreatieruimte. Dan gaan ze naast je zitten en knopen een gesprek aan. Net als je denkt: nu is het echt tijd om te gaan slapen, beginnen ze te vertellen wat hen dwars zit. Uiteindelijk heb ik besloten dat ik óók recht had op rust. Er is veel burn out onder geestelijk verzorgers moet je weten. Als ik mijn sporttenue aan had, wist iedereen: nu neemt hij even tijd voor zichzelf.”</span><span style="font-family:Arial;"> </span></span><span style="font-family:Arial;"> </span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Nederland verloor tot nog toe vier man door ongelukken. Ook het aantal gerepatrieerde gewonden valt mee. In de zomer verloor een YPR-bestuurder een deel van zijn been. Onlangs werden vijf militairen gewond afgevoerd na een zelfmoordaanslag bij Poentjak.</span></span></span></p>
<p></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Deze kleine patrouillebasis ligt nu bijna dagelijks onder vuur. Ik ben vastbesloten er enige tijd door te brengen. Ik wil weten hoe Nederlandse militairen reageren op de aanvallen met raketten, mortieren en kalasjnikovs. Daarover lezen we niks in Nederland. </span></span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Tijdens de eerste aanval op de basis, begin december, beschoten ISAF-militairen per ongeluk een van de zes politieposten onderaan de heuvel waarop de post staat. Met een 25cm Oerlikon-kanon van een YPR. Als zo’n kogel je raakt spat je uiteen, vertelde een boordschutter me enthousiast. Defensie had het stil gehouden", maar ik kwam erachter. Gewoon, omdat de kapitein van die de eenheid leidde, het me vertelde. (zie: <a target="_blank" href="http://weboorlog.wordpress.com/2006/12/15/de-kapitein-van-poentjak/" title="De kapitein van Poentjak">de kapitein van Poentjak</a>).</span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"> </span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Volgens Defensie raakten bij de aanval van de Taliban-strijders, die het ook op de politieposten hadden voorzien, twee agenten lichtgewond, maar niet door toedoen van de Nederlanders. Drie weken na het incident kon ik dat echter niet meer controleren.</span><span style="font-family:Arial;"> </span></span><span style="font-family:Arial;"> </span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Om zeven uur ’s ochtend plaatselijke tijd landen we in Kaboel. Het vriest stevig. Ik vraag me af hoe het dezer dagen met de logistiek staat. In december was het een ramp – toen moesten honderden militairen naar Uruzgan. Nu is het rustiger. </span></span></span></span></p>
<p><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"></span></span></span><span style="font-family:Arial;"></span><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;"><span style="font-family:Arial;">Maar ik ben er nog niet. Ettelijke honderden kilometers en een gebrek aan troepentransportvliegtuigen scheiden mij van de ‘Nederlandse’ provincie.</span></span></span></span></p>
<p style="margin:0;" class="MsoNormal">&#160;</p>
]]></content:encoded>
</item>

</channel>
</rss>
