<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><!-- generator="wordpress.com" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>uruzgan-september-2007 &amp;laquo; WordPress.com Tag Feed</title>
	<link>http://wordpress.com/tag/uruzgan-september-2007/</link>
	<description>Feed of posts on WordPress.com tagged "uruzgan-september-2007"</description>
	<pubDate>Mon, 06 Oct 2008 21:01:53 +0000</pubDate>

	<generator>http://wordpress.com/tags/</generator>
	<language>en</language>

<item>
<title><![CDATA[Defensie is een kwakkelende leerling]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/10/08/defensie-is-een-kwakkelende-leerling/</link>
<pubDate>Mon, 08 Oct 2007 15:17:41 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/10/08/defensie-is-een-kwakkelende-leerling/</guid>
<description><![CDATA[
Als weekbladjournalist komt het soms voor dat je wordt ingehaald door de actualiteit. In het artike]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://weboorlog.wordpress.com/files/2007/10/omf.jpg" alt="Opposing Media Forces" height="150" width="200" /></p>
<p>Als weekbladjournalist komt het soms voor dat je wordt ingehaald door de actualiteit. In het artikel <a href="http://www.groene.nl/2007/40/Het_toetsingskader_voor_Uruzgan" target="_blank">De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen</a> schreef ik het volgende:<!--more--></p>
<p>“Hoe de tegenstelling vechtmissie-opbouwmissie in de wereld is gekomen, is onduidelijk. Het is opmerkelijk dat Defensie het hoofd ernaar laat hangen […] Bang als het is voor het predikaat vechtmissie, moffelt het ministerie berichten over de strijd weg zolang de situatie het toelaat. Daardoor ontstaat een vertekend beeld.”</p>
<p>Die opmerking is achterhaald. Op de dag van publicatie (woensdag 3 oktober) vertoonde het NOS Journaal met toestemming van Defensie <a href="http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2007/10/3/031007_beelden_uruzgan.html" target="_blank">filmopnamen</a> van een vuurgevecht tussen Nederlandse militairen en de taliban in de Chora-vallei. Na de beelden (die overigens al anderhalve maand oud zijn) werd minister Van Middelkoop aan het woord gelaten. Hij maakte duidelijk dat Nederland in Uruzgan wel degelijk ook tot taak heeft om te vechten. Daarmee ontworstelde Defensie zich eindelijk aan de wurggreep waarin ze werd gehouden door de nonsens-discussie over opbouw- of vechtmissie.</p>
<p>De Isaf-opdracht luidt: “[het bevorderen van] stabiliteit en veiligheid door het vergroten van de steun van de bevolking voor de Afghaanse autoriteiten.” Het opbouwwerk van de militaire provinciaal reconstructieteams en “de wederopbouw door anderen” vormen “belangrijke onderdelen” van de missie, maar zijn niet het doel. Dat staat in de <a href="http://www.mindef.nl/binaries/Nederlandse%20bijdrage%20aan%20ISAF%20in%20Zuid-Afghanistan%20(103%20kB)_tcm15-57722.pdf" target="_blank">artikel 100-brief</a> waarmee de regering al in december 2005 de Kamer informeerde over haar besluit troepen naar Uruzgan te zenden.</p>
<p>Gelukkig voldoet Defensie nu aan de wens van vele militairen: laat zien wat er werkelijk gebeurt in Uruzgan. Dat is een late, maar belangrijke stap richting de openheid en continuïteit die Defensie in haar eigen <a href="http://www.mindef.nl/binaries/Communicatieplan%20Uruzgan_tcm15-65452.pdf" target="_blank">Communicatieplan Uruzgan</a> zegt na te streven.</p>
<p><strong>Schieten met een camera</strong><br />
Ik kende de opnamen al die het Journaal op woensdag 3 oktober uitzond. Ze werden gemaakt door sergeant-1 Gerben van Es, in de groene zone van de Chora Vallei.</p>
<p>Gerben is combat-fotograaf. Een van de weinige échte binnen de krijgsmacht. Hij draagt de rode baret van de Luchtmobiele Brigade en is jaren infanterist geweest. Ik ging enkele keren met hem op patrouille. Hij hanteert dan fotocamera en geweer. Tijdens het vuurgevecht dat te zien was op het Journaal, filmde hij onder omstandigheden waarbij een gewone infanterist zou grijpen naar zijn wapen. Pas toen de eenheid op een smal weggetje niet alleen in de flank maar ook in de rug werd aangevallen, verwisseldde hij camera voor ‘buks’. Maar niet nadat hij een seconde of twintig had gefilmd terwijl hij onder vuur lag. “Ik zou eigenlijk een klein cameraatje op m’n buks moeten monteren”, zei hij nadat hij me een maand geleden zijn filmbeelden had laten zien op Kamp Holland, te Tarin Kowt.</p>
<p>Toen ik Gerbens beelden zag, weigerde Defensie ze vrij te geven. Net als Peter ter Velde en cameraman Eric Feijten, beide werkzaam voor het NOS Journaal – we komen elkaar regelmatig tegen in Uruzgan - wist ik dat Gerbens’ opnamen lieten zien hoe het werkelijk was, en nog steeds is, in de Chora Vallei. Eric kreeg de beelden van Gerben mee, op voorwaarde dat ze slechts zouden worden uitgezonden als daar toestemming voor was van het ministerie.</p>
<p>Eind juni trok ik tien dagen op met de eenheid van majoor Stephan die op de beelden het gevecht leidt. De situatie was erg gespannen en enkele keren werd het vuur geopend. Echte aanvallen bleven uit. Tijdens een van de patrouilles maakte de eenheid jacht op dezelfde talibancommandant (Hekmat) op wie de majoor ook in Gerbens beelden gebeten is. Over die tochten schreef ik een reportage in het Algemeen Dagblad. Binnenkort verschijnen filmbeelden van die ervaringen op de website van De Groene Amsterdammer.</p>
<p><strong>Propagada versus (iets meer) openheid</strong><br />
De NOS-uitzending toont een radicale beleidswijziging van de Defensievoorlichters. Dat was hard nodig. De spanning tussen de werkelijkheid in Uruzgan en de officiële lijn die Defensie daarover uitdroeg in haar persberichten en periodiek overzichten werd veel te groot.</p>
<p>De voorlichters overschreden de propagandagrens toen begin september in Deh Rawod vrijwel alle Afghaanse politie- en militieposten onder de voet werden gelopen in een goed gecoördineerd talibanoffensief. Ik was toen in het district. Bijna alle pelotons van de kleine basis in Deh Rawod trokken erop uit om te vechten. Toch sprak Defensie van “beperkte vuurcontacten” en propte haar periodiek overzicht vol met breed uitgemeten maar kleinschalig en oudbakken opbouwwerk. Dat noopte me het toenmalige persbeleid van Defensie op  BNR Nieuwsradio en in De Groene Amsterdammer te kwalificeren als <a href="http://www.groene.nl/2007/39/Gevechten_in_Uruzgan" target="_blank">“riekend naar propaganda”</a>.</p>
<p>“Dat artikel heeft ertoe bijgedragen deze stap te zetten”, vertelt luitenant-ter-zee Robin Middel. Als woordvoerder operaties is hij verantwoordelijk voor de voorlichting over Uruzgan. “We vonden aanvankelijk dat journalisten een vergrootglas legden op elke tic (afkorting van troops in contact, jargon voor ‘aanval’). Een tic kan klein zijn. Bijvoorbeeld een 107mm-raket die ver van de patrouille terechtkomt maar enigszins in de richting werd afgevuurd. Maar nu zijn de gevechten in omvang toegenomen. Daar willen we open over zijn.”</p>
<p>Eerder droeg commandant der strijdkrachten Dick Berlijn nog uit dat er teveel aandacht was voor “negatieve zaken”  waarmee hij doelde op gevechten. Nu verkondigde hij in Nova: “We willen een eerlijk beeld overbrengen en ook laten zien dat de missie niet alleen om wederopbouw gaat. De perceptie moet niet uit de pas lopen met de werkelijkheid in Afghanistan.”</p>
<p>En zo moet het zijn. Tamelijk verwarrend is dat SP-parlementariër Harry van Bommel juist het tonen van de gevechtsopnamen “propaganda” noemde. Hij meent dat Defensie de perceptie van de missie nu wil omvormen van een opbouwmissie naar een vechtmissie. Eerder beweerde de SP het tegendeel. De partij was van meet af aan tegen de troepenzending naar Uruzgan. Ze schuwt zelf de onwaarheid niet om haar punt kracht bij te zetten (dat heet: propaganda). Zo is de partij met GroenLinks en twee anti-oorlogplatforms de uitgever van een wijd verspreid <a href="http://www.groenlinks.nl/2ekamer/notities/notitie.2007-09-03.7517808375/publication/download_file" target="_blank">krantje</a> waarin de Nederlandse troepen worden vergeleken met “doodseskaders” en de Isaf missie “extreem gewelddadig” wodt genoemd. Beide beweringen zijn onwaar, leert eigen waarneming ter plaatse.</p>
<p>Ook Hans de Vreij van de Wereldomroep <a href="http://oruzgan.web-log.nl/uruzgan_weblog/2007/10/verbazing_over_.html" target="_blank">oppert</a> dat het juist nu tonen van gevechten te maken heeft met de discussie over het verlengen van de missie, die volgens plan zou aflopen in augustus volgend jaar. De vraag is wat Defensie daarbij te winnen heeft. Het lijkt er veeleer op dat de beelden haar in de vingers zouden kunnen snijden. De beelden hebben indruk gemaakt in Nederland. Zij zouden door tegenstanders van verlenging kunnen worden aangegrepen om weer te gaan roepen dat Uruzgan een vechtmissie is.</p>
<p>Wellicht wil Defensie met de beelden een pleidooi ondersteunen voor méér troepen. Die zijn inderdaad hard nodig in Uruzgan, aangezien de Afghaanse regering haar afspraken over de inzet van het regeringsleger ANA niet nakomt en de ANAP-hulpagenten slecht getraind en bewapend zijn en soms maandenlang geen salaris ontvangen. Bij Deh Rawod verlieten sommige politiecommandanten in het zicht van de taliban dan ook liever hun post dan te vechten. Nederland heeft die extra troepen echter niet.</p>
<p><strong>Loslopende Gurkha’s</strong><br />
Terwijl Defensie in Den Haag een stap zette richting openheid, brak in Tarin Kowt juist commotie uit, in tegengestelde richting. Het betrof een onhandigheid van de voorlichters aldaar.</p>
<p>Afgelopen week meldde verslaggever Arthur de Leeuw in een <a href="http://www.bnr.nl/ShowNieuwsArtikel.asp?Context=S%7C59cd4d94cff21aab%7CN%7C2%2C13%7CX%7Cbaluchi&#38;src=redactie&#38;id=8594" target="_blank">radioreportage</a> iets onschuldigs over de Baloechi-vallei. Die zit vol met taliban. Of daar nog iets aan gedaan ging worden? Kolonel Nico Geerts, commandant van de Taskforce Uruzgan, gaf een vaag antwoord. Hij kon niets zeggen over “timings”, wel dat er “een brede operatie” op handen was in Uruzgan.</p>
<p>Punt was dat op de gang waar de werkvertrekken van de staf en de media zijn gevestigd een Britse Gurkha rondliep. Gurkha’s zijn beruchte Nepalese bergsoldaten in dienst van de Royal British Forces. Hij had hem niet zelf gesproken, vertelde Arthur me, maar Hanneke Chin-A-Fo van NRC/Handelsblad, die in Nepal heeft gewoond, wel. De Gurkha vertelde haar dat zijn eenheid bij een operatie in de Baloechi-vallei zou worden ingezet. In het interview met de kolonel kwam geen Gurkha voor, maar Arthur kreeg wat informatie van Hanneke en verwerkte die in zijn reportage. “Ik noemde aantallen”, vertelde hij. De reportage werd drie keer gecontroleerd. De bijstand van de Gurkha’s, met aantallen (zéér operationele informatie) werd aanvankelijk niet verwijderd. ‘s Avonds werd er op de deur van Arthurs gepantserde slaapvertrek gebonsd. De Gurkha’s moesten  geschrapt. Arthur deed het zonder morren.</p>
<p>Een cruciale verwijzing van kolonel Geerts naar de Baloechi-vallei, middels het woordje “daar”, werd echter door de voorlichters over het hoofd gezien. De kolonel antwoordde op de vraag of er iets zou worden ondernomen in de Baloechi-vallei: "We zijn bezig - maar daar kan ik natuurlijk niet over uitweiden - om daar nog iets aan te gaan doen. Dat is een bredere operatie binnen heel Regional Command South die uitgevoerd gaat worden. Timings kan ik niks over zeggen, en ook wat we exact gaan doen is nog onduidelijk – anders zou ik teveel vertellen wat we van plan zijn, maar het richt zich op de provincie Uruzgan."</p>
<p>De reportage mocht worden uitgezonden, maar het wantrouwen was gezaaid. De voorlichters wisten dat Arthur wist dat er een operatie in de Baloechi-vallei met Gurkha’s zou komen en dat zou hij vast ook melden aan zijn redactie. Naar aanleiding van diens radioreportage (op 1 oktober) tikte de BNR-redactie in Amsterdam een nieuwsberichtje en jawel, daarvan luidde de kop “offensief in Baloechi”. Met aanhalingsstekens en al, alsof het een citaat was van de kolonel. BNR heeft toegegeven dat de aanhalingstekens er ten onrechte stonden, maar wijst erop dat kolonel Geerts zélf spreekt van een “brede operatie” en verwijst naar de Baloechi Vallei.</p>
<p>Diezelfde dag verscheen het <a href="http://oruzgan.web-log.nl/uruzgan_weblog/2007/10/gurkhas_springe.html" target="_blank">artikel</a> van Hanneke Chin-a-Fo in NRC/Handelsblad. Zij mocht wél de Gurkha-op-de-gang aan het woord laten en melden dat Gurkha’s de Nederlanders komen bijstaan. Zonder aantallen. Ook het woord offensief kwam niet in haar stuk voor, de Baloechi-pas wel. Wie goed leest weet: daar komt een aanval, met Gurkha’s. Hanneke was al net zo verbaasd als Arthur. Zij had te maken met een andere voorlichter dan hij. “We begrijpen niet waarom ik niet en zij wel de Gurkha’s mocht melden”, vertelt hij. “Het is een chaos bij de voorlichters in Tarin Kowt.”</p>
<p>Vervolgens verschenen in allerlei kranten en blaadjes artikelen over de beruchte Gurkha’s, juichend verwijzend naar hun aanstaande operatiegebied, de Baloechi Valei. De Gurkha’s, met hun naar bloed dorstende<em> kukri's</em> (messen), zijn altijd goed voor een sappig verhaal - je leest het om de zoveel jaar. Nederland begon reikhalsend uit te zien naar de eerste manoeuvres van deze haast mythische krijgers in de ontoegankelijke vallei.</p>
<p>Toen pas, drie dagen na uitzending van Arthurs reportage en pubicatie van Hannekes artikel, greep Defensie in.</p>
<p><strong>Maatregelen tegen de pers</strong><br />
De perswerkruimte is verwijderd van de stafgang. “Kolonel Geerts wil niet steeds met een schuin oog naar de deur hoeven kijken waarachter journalisten zich ophouden voordat hij op de gang iemand aanspreekt”, zegt Defensie-woordvoerder Robin Middel. Bovendien kunnen loslopende Gurka’s zo redelijk aan de aandacht van de media worden onttrokken. Het is een slechte maatregel. Juist het ongedwongen <em>off the record</em>-contact met de stafleden biedt de journalist de achtergrond voor een acurate berichtgeving.</p>
<p>Verder dienen journalisten nóg beter herkenbaar te zijn op de bases. Alleen hun burgerkloffie is niet meer genoeg. CDS Dick Berlijn denkt aan een pas met daarop in grote letters “pers”, zei hij in Nova.</p>
<p>Misschien moet Berlijn eens gaan praten met Eric Feijten, van de Nos. Hij liet een met klitteband op de kleding te bevestigen stoffen naamplaatje maken, militairy style. Daarop staat: “persmuskiet”. Eric ontwierp ook een rondvormig onderscheidingsteken, net als het ronde Isaf-embleem te dragen op de rechter(journalisten)mouw. “OMF” heet voortaan het journalistieke bataljon. Dat staat in dit geval niet voor Opposing Military Forces, waarmee Defensie de taliban en aanverwante gewapende tegenstanders aanduidt, maar voor Opposing Media Forces. Het logo toont een aanvallende mug, de geslepen angel in de aanslag. Als we nog meer aan banden worden gelegd, kunnen we net zo goed onze eigen eenheid van combat-journalisten oprichten.</p>
<p><img src="http://weboorlog.wordpress.com/files/2007/10/persmuskiet.jpg" alt="persmuskiet.jpg" /></p>
<p><strong>Duimendraaiende combat-fotografen</strong><br />
Maar zelfs als je als fotograaf/cameraman of journalist een camoufagepak draagt en werkt voor Defensie, word je strakgehouden in Uruzgan. Ik ben er meermaals getuige van geweest hoe moeilijk het voor Gerben is om mee te mogen op gevechtspatrouilles. Dat lijkt begrijpelijk, aangezien een commandant niet wil dat de drills van zijn eenheid worden verstoord door personen die niet tot de eenheid behoren. Maar Gerben is een uitstekend getraind infanterist (ik zag hem in actie) en hij is bewapend.</p>
<p>Het is een raadsel waarom Defensiefotografen in Uruzgan “combat-fotografen” heten. Nederland zet hen zelden of nooit in tijdens gevechtsmissies. De Canadezen doen dat wel. Zij hebben een volledig combatgetrainde media-eenheid. Hun cameramannen en fotografen zijn erbij tijdens gevechten. In Canada bestaat dan ook een veel realistischer beeld van wat de troepen doen dan in Nederland. Dat Gerben niet is meegeweest tijdens de <a href="http://www.groene.nl/2007/26/Ter_plekke_in_Uruzgan/index.php" target="_blank">bataljonsaanval</a> in de Chora Vallei op 19 juni, is een gemiste kans. Verscheidene officieren hebben naar die actie verwezen als een “historisch moment” in de Nederlandse naoorlogse militaire geschiedenis. Het was de grootste Nederlandse gevechtsactie sinds de Korea Oorlog. Dat moment kunnen we nu slechts herbeleven door oral history.</p>
<p>Dezelfde commandanten die Gerben niet meenemen klagen erover dat “de media” zo slecht berichtgeven. “Waarom schrijven jullie niet over wat wij echt doen?” Het werd me meer dan eens gevraagd. Maar als zelfs Defensie-journalisten en –cameramannen niet bij de gevechtsacties van hun eigen mensen mogen zijn, wordt het wel erg moeilijk om duidelijk te maken wat dat “echt doen” inhoudt. Voor een burgerjournalist is het nog veel moeilijker om aansluiting te vinden bij patrouilles die optrekken tegen de taliban (move to contact). Commandanten zijn geneigd om de journalist niet in gevaar te willen brengen. Maar juist bij die gelegenheden is de controlerende taak van journalisten van groot belang.</p>
<p>Defensie legde me geen strobreed in de weg toen ik meteen na de bataljonsaanval in Chora (ik kwam in Tarin Kowt aan op de dag dat die plaats had) naar de vallei wilde reizen. Ik kon er zonder belemmering rondwaren in de puinhopen en spreken met de bevolking. Maar het zou naast de geschiedschrijving ook onze democratie sieren als Defensie al tijdens de aanval een journalist en een cameraman/fotograaf in het gebied had geduld. Dan zouden we meer duidelijk hebben gehad over de burgerslachtoffers die daar door Nederlandse acties zijn gevallen.</p>
<p>Defensie kan een voorbeeld nemen aan de mediabewuste Amerikaanse strijdkrachten, die juist de pers mobiliseren vlak vóór een grote operatie. Niet erna, zoals Nederland doet. Ik ontving eens een mail van een Americaanse persofficier. “We gaan iets heel groots doen. Zorg dat je hier over twee weken bent, dan kun je mee.”</p>
<p><strong>De verantwoordelijkheid van de (oorlogs)journalist</strong><br />
Niet alleen Defensie, ook de embedded reizende journalisten hebben hun verantwoordelijkheden. Journalisten in Uruzgan zouden met oorlogsgevaar moeten kunnen omgaan. Probleem is dat veel van de pers die Kamp Holland aandoet weinig weet van de krijgsmacht, en zelden iets van oorlogsvoering. Naar verluid willen sommige journalisten liever niet mee op gevaarlijke missies. Zo maken we het Defensie wel heel makkelijk. Oorlogsjournalistiek is een persoonlijke keuze. Als het goed is, brengt die de bereidheid met zich mee enig gevaar te trotseren als dat nodig is voor controlerende <em>on the spot</em>-berichtgeving.</p>
<p>Wij moeten de krijgsmacht scherp houden, juist daar waar gevochten wordt. Zoals een ex-woordvoerder operaties zei: “Wij zijn mannen met wapens, betaald door de Nederlandse samenleving. Wij behoeven controle. De media kunnen daarbij van dienst zijn.” Het officiële standpunt van Defensie is dat zij (zolang het geen special forces betreft) niets te verbergen heeft. Welnu, laat ons dan meekijken, en laten wij dan ook willen meekijken.</p>
<p><strong>Gevaarlijke baan</strong><br />
Dat het persbeleid in Tarin Kowt rammelt wordt niet ontkend door Defensie in Den Haag. Robin Middel vertelt dat na elke rotatie van de staf, inclusief voorlichters, weer moet worden gezocht naar een nieuwe balans. “Er zit frustratie in het systeem. Dat is niet goed. We zijn ermee bezig.”</p>
<p>Ter illustratie van de frustratie: Uit een van mijn Groene-artikelen werden hele passages geschrapt. Achter elke doorgestreepte alinea stond “OPSEC”, de afkorting voor <em>operational secret</em>. Het merkwaardige was dat ik de doorgehaalde informatie enkele dagen eerder, mét Defensie-toestemming, had gepubliceerd op de voorpagina van het AD. Bovendien, en daar brak mijn klomp pas echt, was ook een opmerking uit de mond van een medewerker van de Afghaanse onafhankelijke mensenrechtencommissie AIHRC weggestreept. Hij meldde iets wat niet zo leuk is voor Nederland. Namelijk dat wij samenwerken met een commandant van de <em>Highway Police</em> die regelmatig ernstige mensenrechtenschendingen pleegt, waaronder het standrechteijk executeren van drie boertjes. Ik sprak de AIHRC-medewerker toen ik frank en vrij, zonder militair toezicht verbleef in Kandahar en later opnieuw, wederom zonder legergroen om mij heen, in Kaboel.</p>
<p>U heeft zijn opmerkingen gewoon kunnen <a href="http://www.groene.nl/2007/37/Weekboek_Deh_Rawod/1" target="_blank">lezen</a> in De Groene Amsterdammer, aangezien ik geweigerd heb oom maar één van de schrappingen door te voeren. Ik wist namelijk zeker dat ze geen Nederlanders in gevaar brachten. De desbetreffende voorlichter was het daar achteraf mee eens en bood zijn excuses aan. Hij legde uit dat hij flink onder vuur lag: van Den Haag, van de inlichtingensectie (S2) in Tarin Kowt en van de Taskforce-staf. Daar komt dan nog het journalistieke geweld bij van de Opposing Media Forces. Geen ongevaarlijke baan, voorlichter zijn in Uruzgan.</p>
<p>De les voor Defensie moet zijn: zorg ervoor dat de voorlichters in Tarin Kowt één begrijpelijke lijn trekken in het censureren. En zorg ervoor dat hun gezag geaccepteerd wordt door de staf van de Taskforce, door de inlichtingendiensten en door de CDS en de minister in Den Haag. Het beperken van de bewegingsvrijheid van journalisten en het verplaatsen van hun werkruimte is symptoombestrijding. De maatregelen zullen leiden tot meer frustraties, en dus tot meer botsingen. Die leveren per saldo publiciteit op waarbij Defensie er slecht vanaf komt.</p>
<p><strong>Embedded journalistiek: waarom en hoe?</strong><br />
Journalistiek begint bij vragen stellen. Ook aan onszelf. Waarom zou je primeurtjes willen behalen over operaties of de inzet van Gurka’s? Is het niet zinvoller je beperkte tijd en middelen te gebruiken om te onderzoeken of de krijgsmacht wel zo doordacht en terughoudend optreedt als ze zegt te doen? Doet Nederland er bijvoorbeeld echt alles aan om burgers te sparen? (Dat ging mis in Chora, waar waren de journalisten?) Is Defensie werkelijk zo open als ze zegt? (Zij verzweeg al eens een <a href="http://weboorlog.wordpress.com/2006/12/15/de-kapitein-van-poentjak/" target="_blank">schietincident</a> waarbij Nederlandse troepen vuurden op Afghaanse agenten.)</p>
<p>Ingebed bij eenheden of niet, de journalisten die Uruzgan bereizen, zitten allen in hetzelfde schuitje. Geen van ons kan vertellen hoe het ervoor staat met de bevolking in districten waar de taliban heersen. Geen van ons weet hoe het er ‘s nachts aantoegaat aan de randen van de zogenaamd veilige inktvlekken, als de taliban de dorpen aandoen. We kunnen daar niet bij zijn, omdat wij, westerse journalisten, allemaal, of we het willen of niet, door de taliban worden gezien als vijanden die ontvoerd of gedood dienen te worden. Wij zijn tot tegenpartij verklaard in hun strijd tegen de ongelovige indringers.</p>
<p>Reis je mee met de krijgsmacht, op voorwaarden van die krijgsmacht, dan heb je ook nog eens zélf partij gekozen. Om die reden doen sommige media, waaronder Nova, niet mee aan het embedded beleid. Zij hebben principieel gelijk: een onafhankelijk journalist kan zich niet de handen laten binden. Dat toch doen is een breuk met de journalistieke erecode van zo groot mogelijke objectiviteit, hoor en wederhoor. Embedded journalisten geven het niet graag toe, maar het ter goedkeuring voorleggen van je materiaal, met de mogelijkheid dat daarin geschrapt wordt, heet gewoon: censuur. Als journalist moet je zwaarwegende redenen hebben om daarmee akkoord te gaan.</p>
<p>De Groene Amsterdammer heeft gekozen voor een pragmatische opstelling. Wij reizen embedded naar Uruzgan, omdat onafhankelijke berichtgeving vanuit het gebied wegens het gevaar een heikele zaak is. De journalisten die tot nog toe naar eigen zeggen zelfstandig naar de provincie reisden kwamen niet veel verder dan de relatief veilige districtscentra van Tarin Kowt of Deh Rawod. Dat geldt zelfs voor Nieuwe Revu-verslaggever Arnold Karskens, die toch werd beschermd door zo’n 200 gewapende strijders van een niet nader aangeduide krijgsheer. Hun bijdragen zijn zeer waardevol, maar al net zozeer gebonden aan grenzen als die van hun embedded collega’s.</p>
<p>Over de beperkingen van de niet-embedded journalisten (welke etniciteit heeft die krijgsheer eigenlijk? Intimideren zijn mannen de geïnterviewden?) komt de lezer, kijker of luisteraar weinig te weten. Dat de berichtgeving van De Groene Amsterdammer vanuit het operatiegebied niet vrij is, wordt kenbaar door onder de artikelen niet slechts te melden dat Defensie de tekst heeft doorgelezen op operationele informatie, maar tevens dat “de informatie niet kon worden gecontroleerd bij onafhankelijke Afghaanse bronnen”. Wij zijn opmerkelijk genoeg het enige gedrukte medium dat dit zinnetje gebruikt.</p>
<p>Een andere reden van De Groene Amsterdammer om embedded te reizen, is dat het wél de mogelijkheid biedt Nederlandse operaties van nabij mee te maken en de vinger aan de pols te houden. Ingebed bij eenheden is het goed mogelijk om het reilen en zeilen van de missie vanuit een Nederlands en militair perspectief vast te leggen. Maar om dat goed te doen, moeten journalisten de mogelijkheid hebben zelf te bepalen met welke (gevechts)patrouilles ze mee willen. We zijn er niet om PR-verhalen over de krijgsmacht te schrijven.</p>
<p>Laten we niet vergeten dat embedded-verslaggeving een noodgreep is. Met ultieme waarheidsvinding heeft het meereizen met de krijgsmacht op voorwaarden van de militairen niets te maken. De Nederlandse nieuwsmedia betalen hun medewerkers karig en zijn al evenmin bereid flink te investeren in oorlogsjournalistiek. Wie in Uruzgan los van de krijgsmacht wil reizen, zal bescherming elders moeten zoeken - en dat kost geld. Veel geld.  Het lijkt erop dat mediabazen het wel een prettige, want goedkope oplossing vinden, het embedded-beleid. Maar het is halve journalistiek, en het mag nooit tot standaard worden verheven. Hooguit is het een manier om een deel van de werkelijkheid in beeld te brengen.</p>
<p>We moeten dan ook blijven duwen tegen de grenzen van het embedded-beleid. Zonder mensenlevens in gevaar te brengen is nog veel meer openheid te creeëren bij de krijgsmacht te velde en het ministerie in Den Haag. De Groene Amsterdammer duwt gelukkig niet alleen. Ook het NOS-Journaal, BNR Nieuwradio en NRC/Handelsblad zetten zich schrap. We hebben nu één slag gewonnen: er zijn beelden van gevechten uitgezonden met toestemming van Defensie. De Groene Amsterdammer gaf de voorzet, het NOS Journaal kopte in, zoals Peter ter Velde schrijft in zijn <a href="http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2007/10/5/051007_choratapes.html" target="_blank">weblog</a>. Maar we mogen niet akkoord gaan met de beperkingen die ons nu worden opgelegd op Kamp Holland. Hoe onschuldig zij ook lijken: ze tasten dat kleine beetje vrijheid aan dat we hebben. Als we dit over onze kant laten gaan, waarom zou Defensie de klem op onze berichtgeving dan niet nog strakker aandraaien?</p>
<p>De embedded-aanpak is nieuw in Nederland. Dat betekent vallen en opstaan voor zowel Defensie als de journalistiek. Dat Defensie bereid is om te leren, bewijst haar toestemming voor de vertoning van de gevechtsopnamen in het NOS Journaal. Maar dat Defensie reageert met vrijheidbeperkende maatregelen op een misser die zij zelf heeft veroorzaakt , toont dat zij een kwakkelende leerling is.</p>
<p>We hebben nog minstens een jaar te gaan in Uruzgan. Het curriculum is halverwege. Laten we de resterende lesuren benutten om samen te werken - journalisten met journalisten, en journalisten met Defensie - met maar één doel voor ogen: het weergeven van de werkelijkheid in Uruzgan.</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Deh Rawod 10 september 2007]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/10/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-10-september/</link>
<pubDate>Mon, 10 Sep 2007 10:30:13 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/10/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-10-september/</guid>
<description><![CDATA[Maandag 10 september – Er staat een bericht in de krant over de Taliban, die zeggen bereid te zijn]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;text-transform:uppercase;">M</span><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">aandag 10 september – Er staat een bericht in de krant over de Taliban, die zeggen bereid te zijn te onderhandelen met de regering in Kabul. President Karzai roept hen al geruime tijd op om rond de tafel te gaan zitten. ‘Oorlog is een voortzetting van de politiek met andere middelen. Uiteindelijk zal ook in dit conflict een politieke oplossing gezocht moeten worden. We kunnen de Taliban nooit helemaal vernietigen’, zegt kapitein Lodewijk. Hij is commandant van het <span style="text-transform:uppercase;">prt</span> in Deh Rawod. De situatie lijkt zich te stabiliseren, de gevechten nemen af. Maar waar zijn de Taliban?</span><!--more--></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Volgens districtschef Haider Khan, die zich op de basis meldt, bevinden ze zich al in de groene zone, bij Dewanawargh. ‘Ze verspreiden geruchten’, zegt hij. ‘Ze zeggen dat het hoofd van politie en ik het gebied verlaten hebben. Maar hier zijn we.’ Naast Haider Khan zit Ghani, hoofd van politie in Deh Rawod. Beide mannen hebben een Thuraya-satelliettelefoon voor zich op tafel staan. Ghani lacht veel, maar zegt weinig. <em>Haider Khan:</em> ‘Met die verhalen proberen de Taliban de bevolking angst aan te jagen. We moeten laten zien dat wij sterker zijn. Laten we samenwerken en hen aanvallen.’ Hij zal niet wijken van zijn post, zegt hij. ‘Ik sterf liever in het districtscentrum dan dat ik vlucht.’</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;">&#160;</p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"> <em><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;"><br />
</span></em><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;text-transform:uppercase;"></span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;">&#160;</p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Deh Rawod 9 september 2007]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/09/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-9-september/</link>
<pubDate>Sun, 09 Sep 2007 10:29:21 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/09/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-9-september/</guid>
<description><![CDATA[Zondag 9 september – Het is vrij rustig. We sluiten ons aan bij een patrouille richting Volendam. ]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;text-transform:uppercase;">Z</span><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">ondag 9 september – Het is vrij rustig. We sluiten ons aan bij een patrouille richting Volendam. De voorpost ligt op een heuvel, zes kilometer van Camp Hadrian, en vlak bij Cutu. ‘Hier knalde hij d’r in’, zegt luitenant Alex. Hij wijst op een <em>hesco</em> (bak met zand of grind waarmee verdedigingswallen gebouwd kunnen worden), waarvan de huid gescheurd is. Zand en stenen zijn eruit gelopen. ‘Een metertje hoger en we hadden een uitdaging gehad.’ Achter de hesco’s stond een pantserwagen die erboven uitstak. </span><!--more--><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Die kan wel een <span style="text-transform:uppercase;">rpg</span> verdragen, maar niemand zit te wachten op een voltreffer. Alex wijst op een vervallen gebouwtje halverwege de heuvel, op ongeveer honderd meter. ‘Daarvandaan schoten ze. Het is een oud moskeetje, dus we hebben het niet vernietigd.’ De beschieting met één <span style="text-transform:uppercase;">rpg</span>, een paar slecht gerichte mortiergranaten en wat kalasjnikovkogels richtte weinig uit, maar toont wel hoe dichtbij de Taliban inmiddels durven komen.</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Het kamp is opgeslagen binnen de muren van wat een ‘multifunctionele <em>qala’ </em>had moeten worden. Een qala is een ommuurd Afghaans huis met een aantal vertrekken en een apart gebouw voor gasten. Het was de bedoeling dat Afghanen die iets wilden van Isaf hier ontvangen konden worden op de Afghaanse manier. Met groene thee en snoepjes. Maar het enige wat sinds december is voltooid, is de muur.</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">De mannen op Volendam zijn relaxed. Ze zijn wel wat gewend. Een deel van hen zit te dobbelen. Wie de gelegenheid heeft om te rusten, rust. Wie tijd heeft om te eten, eet. Je weet nooit wanneer de volgende aanval komt. En dan kun je maar beter fit zijn en wat in je maag hebben. Er wordt intensief wachtgelopen en het radioverkeer van de eigen troepen wordt constant beluisterd. Er klinken krakende militaire berichten over de strijd rond Alexander Hill in het zuiden. Daar gaat het flink tekeer. Herhaaldelijk wordt Volendam opgeroepen. De oproeper krijgt dan onmiddellijk antwoord en indien nodig ondersteuning. Afgelopen vrijdag kwamen militairen van Volendam die in de buurt patrouilleerden terecht in een vuurgevecht met Talibanstrijders waarbij werd geschoten op vijftig meter afstand. ‘Dat was erg dichtbij’, zegt Alex. ‘We hadden ze al zien lopen aan de overkant van de Helmand, bewapend.’ Hij mocht het vuur toen niet openen. ‘We zijn wel érg voorzichtig’, verzucht hij.</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Het Nederlandse provinciaal reconstructieteam (<span style="text-transform:uppercase;">prt</span>) in Deh Rawod verricht het leeuwendeel van zijn opbouwwerk in de groene zone. De Taliban hebben er de mensen gewaarschuwd binnen te blijven. In het gehucht Dewanawargh zien we toch mensen aan het werk op de akkers. In de schaduw van wat sinaasappelbomen praat kapitein Willem van het <span style="text-transform:uppercase;">prt</span> met een leider van de plaatselijke militie. ‘Jullie verwachten dat wij het opnemen tegen de Taliban. Maar wij hebben alleen kalasjnikovs. Jullie hebben vliegtuigen en pantserwagens. Waarom zijn jullie ons zo laat te hulp geschoten?’</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">‘Wij hebben juist jullie hulp nodig’, zegt kapitein Willem, ‘en die van jullie politie en overheid. Wij hebben hier niet genoeg militairen.’</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;"> </span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Deh Rawod 8 september 2007]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/08/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-8-september/</link>
<pubDate>Sat, 08 Sep 2007 10:28:57 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/08/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-8-september/</guid>
<description><![CDATA[Zaterdag 8 september – Er zijn drie rode kruizen op de stafkaart bijgekomen. Op dit moment is nog ]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Zaterdag 8 september<span style="text-transform:uppercase;"> – E</span>r<span style="text-transform:uppercase;"> </span>zijn drie rode kruizen op de stafkaart bijgekomen. Op dit moment is nog één post, Dizak Ferry, in handen van de Afghaanse politie. Daar vecht commandant Quari, plaatsvervangend hoofd van politie, met veertig man. Verbeten houden ze stand. Een Nederlands peloton vecht mee met de agenten. De post mag niet verloren gaan. Het is een strategisch punt in dit deel van Uruzgan, dat wordt gedomineerd door de Helmandrivier. In Dizak kan die worden overgestoken met een pontje. In juli mislukten pogingen van de Taliban om elders de rivier over te steken. Tientallen strijders verdronken. </span><!--more--><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Camp Hadrian ligt aan de kant van de rivier die de Taliban tot nog toe moeilijk konden bereiken. Een ander strategisch punt aan de Helmand is opgegeven. De controlepost aan de doorwaadbare plaats bij Cutu, die werd bewaakt door de mannen van Palawan, is nu verlaten. Een Nederlands peloton probeert te voorkomen dat groepen Talibanstrijders de rivier over trekken.</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">De Taliban komen dichterbij, maar er is geen spoor van paniek op Camp Hadrian. De meeste pelotons zijn buiten, aan het vechten. De achtergebleven collega’s vertellen dat ze op deze situatie zijn voorbereid. ‘Dit is een prima kamp. We zijn hier veilig.’ Kapitein Erik verwacht geen directe aanval op Camp Hadrian. ‘Hooguit krijgen we wat mortiervuur. Dat is geen probleem voor onze gepantserde containers. Op Volendam is minder beschutting. Daar heb ik een eenheid naartoe gestuurd die dat aan kan.’</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">’s Avonds is er ontspanning: de voetbalwedstrijd Nederland-Bulgarije per satelliet. De sessie wordt voorafgegaan door een karaokeavond, ondanks de doffe klappen van de pantserhouwitser. Die is sinds woensdag in actie.</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">De bevolking in Deh Rawod is onrustig. Er trekken families weg, uit angst voor de Taliban. Net als eerder in Chora is Nederland bereid te vechten in Deh Rawod. ‘We laten de mensen niet in de steek. Wij doen er alles aan om Dizak Ferry te behouden’, zegt kapitein Erik. De verdediging richt zich op de ‘groene zone’, het vruchtbare gebied in de omgeving van Deh Rawod, waar <span style="text-transform:uppercase;">75</span> procent van de bevolking woont. In de voorgaande maanden werd de inktvlek uitgebreid tot het zuiden van het district. Dat gebied wordt nu losgelaten. <em>Erik:</em> ‘Het zuiden erbij nemen was te zwaar. Nu doen we een stap terug om hopelijk later weer een paar stappen vooruit te doen.’</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">’s Nachts wagen Talibanstrijders een aanval op Luy Pul, een checkpoint bij een brug op enkele kilometers van de basis. Ze worden beschoten met mortieren en teruggedrongen.</span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Deh Rawod 7 september 2007]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/07/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-7-september/</link>
<pubDate>Fri, 07 Sep 2007 10:27:39 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/07/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-7-september/</guid>
<description><![CDATA[Vrijdag 7 september – De post van commandant Abdul Rahim is gevallen. Eén agent is gedood. De vro]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;text-transform:uppercase;">V</span><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">rijdag 7 september – De post van commandant Abdul Rahim is gevallen. Eén agent is gedood. De vrouwen en kinderen van Palawan, de commandant van de post bij Cutu, waaruit hij zich dan al heeft teruggetrokken, werden beschermd door Abdul Rahim. Ze worden gegijzeld door de Taliban, maar uiteindelijk vrijgelaten. Onduidelijk is wat Palawans tegenprestatie is geweest. Abdul Rahim en zeven agenten zijn eveneens ontvoerd. Over hun lot is niets bekend.</span><!--more--></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Kapitein Erik benadrukt dat van een volledige omsingeling geen sprake is. Er is nog één uitvalsweg open, de weg die door de Murchaypas voert. Een maand geleden hielden de Taliban de in- en uitgang van de pas bezet. Nu wordt de weg open gehouden door de mannen van Matiyula, de commandant van de <em>highway police </em>die berucht is om zijn vechtlust. Volgens de onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie <span style="text-transform:uppercase;">aihrc</span> in Kandahar neemt hij het niet al te nauw met de mensenrechten. Maar daar maalt op dit moment niemand om: Matiyula’s weg is de enige route waarlangs versterkingen kunnen worden aangevoerd.</span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Niets zien in Uruzgan]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/12/niets-zien-in-uruzgan/</link>
<pubDate>Fri, 07 Sep 2007 10:09:54 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/07/niets-zien-in-uruzgan/</guid>
<description><![CDATA[→ Veiligheid en besluitvorming
Politici die de Nederlandse missie in Afghanistan bezoeken, mogen n]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal" style="margin-bottom:12pt;"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"><strong><span style="font-family:Arial;">→</span></strong> <span class="artikelsubtitel">Veiligheid en besluitvorming</span><br />
<span class="artikelintro">Politici die de Nederlandse missie in Afghanistan bezoeken, mogen niet het kamp uit. Wat weet het  kabinet eigenlijk? En de Tweede Kamer, waar het afkalvende draagvlak voor  de missie hersteld zou moeten worden?</span></span><!--more--><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"><span class="artikelintro"></span><br />
<span class="artikelauteurdoor"></span><span class="artikelauteur"></span></span></p>
<p class="MsoNormal"><span class="artikeltekst"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">KABUL – ‘Nee, dat gaat echt niet’, antwoordde een militaire voorlichter in Tarin Kowt wat lacherig. Ik vroeg hem een tijdje geleden of het niet raadzaam was zijn minister eens mee te sturen op patrouille in Uruzgan. ‘Ministers en kamerleden zijn </span></span><em><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">high value targets </span></em><span class="artikeltekst"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;">voor de Taliban.’ Ik was net terug van tien dagen patrouilleren in de Chora-vallei. Eerder reisde ik vijf dagen mee met een provinciaal reconstructieteam op de westelijke oever van de Dorafshan-rivier. Tijdens beide tochten hadden we ‘contact’, zoals militairen dat noemen. De Nederlanders werden aangevallen en schoten terug. Die tochten, en nog enkele andere trips buiten de relatief veilige Nederlandse kampen in Tarin Kowt en Deh Rawod, leerden mij veel over de missie in Uruzgan. Uitstekende bedoelingen heeft Nederland daar, maar die komen niet goed uit de verf. Buiten de bases is het gevaar zo groot dat van een grootschalige, gestructureerde opbouw van de provincie geen sprake kan zijn. Hoe graag we dat ook zouden willen.</span></span><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></p>
<p><span class="artikeltekst">Betekent dat het failliet van de missie? Het is maar hoe je het bekijkt. Het kabinet is helder en eerlijk geweest. Het stelde in zijn artikel-100-brief, waarmee het het parlement informeerde over de voorgenomen uitzending, dat het niet gemakkelijk zou worden: ‘Het is (…) niet realistisch te verwachten dat na de twee jaar in Uruzgan veiligheid, stabiliteit en voorspoedige economische ontwikkelingen zullen kunnen bestaan zonder hulp van buiten.’ Ook stelde de regering dat vechten en opbouwen samen zouden gaan. ‘Opbouwen waar het kan, vechten waar het moet’, werd het missiemotto. Het bleek een leuze die de werkelijkheid perfect omschreef. Opbouwprojecten beklijven niet als de bevolking ze niet beschermt. Dat geldt voor nieuwe waterputten net zo goed als voor irrigatiewerken en scholen. Als de Nederlanders terugkeren naar hun bases komen de Taliban om de put te dempen en leraren en leerlingen te intimideren. Pas als de bevolking zeker weet dat ze voldoende rugdekking heeft van Nederlandse militairen en betrouwbare Afghaanse politie- en legereenheden, die het uiteindelijk zonder Isaf moeten zien te stellen, zal ze het aandurven om op te staan tegen de Taliban en mee te werken aan de opbouw. Zo gaan veiligheid en hulp hand in hand.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">Een van de komende maanden beslist de regering of de missie verlengd wordt. Dat mag ze zelfstandig doen. Een kamermeerderheid ter ondersteuning van het besluit is wel wenselijk, maar niet nodig. De steun voor de missie houdt niet over in de Kamer. En nu blijkt ook nog eens dat de bevolking zich tegen de missie aan het keren is. Bijna 55 procent vindt het wel genoeg geweest en wil geen verlenging. Dat blijkt uit onderzoek dat het </span><em><span style="font-family:Arial;">Algemeen Dagblad</span></em><span class="artikeltekst"> liet uitvoeren. Overigens heeft de tegenstand minder te maken met het sneuvelen van militairen (Nederland verloor in Uruzgan tot nu toe tien man) dan met de onduidelijkheid rond de stabiliteit en opbouw die Nederlanders zouden gaan bieden, blijkt uit de enquête.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">Het is voor journalisten erg moeilijk om opbouwprojecten te bezoeken. Zonder bescherming Uruzgan intrekken is uiterst gevaarlijk, wegens de aanwezigheid van groepen Taliban, zelfs in de nabijheid van Tarin Kowt. Dus geeft Defensie journalisten de kans zich in te bedden bij haar eenheden. De eerste vraag die elke journalist op Kamp Holland stelt is: ‘Doet u mij alstublieft de grand tour langs de projecten.’ Het antwoord is steevast: ‘Dat zal niet zomaar gaan, we zijn afhankelijk van de beschikbare capaciteit.’ Als er geen plekje over is in een pantserwagen kan de journalist niet naar een opbouwproject worden gebracht om te zien hoe het ervoor staat. Voor parlementariërs die zich komen informeren, is een tocht buiten het kamp simpelweg uitgesloten. Zelfs het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat via Ontwikkelingssamenwerking menig project financiert, heeft geen duidelijk beeld van hoe het ervoor staat. Buiten de veilige gebieden, waar Nederlanders regelmatig patrouilleren, waagt zich geen westerling. Militairen komen er niet, journalisten evenmin, ook niet de enkeling die los van Defensie reist. Zij komen niet verder dan het veilige centrum van Tarin Kowt.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">Dus is Nederland afhankelijk van de rapportages van Afghaanse organisaties die ‘onder de radar’ werken. Voor hun eigen veiligheid willen zij niet geassocieerd worden met Nederlandse militairen. Ze werken op verzoek en onder bescherming van de lokale gemeenschap. De organisaties maken foto’s van hun activiteiten en keurige verantwoordingen van hun door Nederland gefinancierde uitgaven. Die worden bewaard in ordners op de ambassade in Kabul. Meer inzicht in de opbouw buiten de veilige gebieden is er niet.</span></p>
<p><span class="artikeltekst"> </span></p>
<p><span class="artikeltekst">Wat weet de regering eigenlijk? En wat weet de Tweede Kamer, onze volksvertegenwoordiging, waar het afkalvende draagvlak voor de missie hersteld zou moeten worden? Afgelopen week kwam een delegatie kamerleden terug uit Afghanistan. Ze zouden hun licht opsteken over de missie in Uruzgan. En dat deden ze. Maar ze zagen niets. Daags voor hun aankomst in Kabul liet de mivd weten dat ze niet van het militaire vliegveld af mochten. Het was de bedoeling dat ze Afghaanse hoge militairen en ministers zouden ontmoeten op de Nederlandse ambassade, maar daar kwam niets van terecht. Te gevaarlijk. Dus verplaatsten de Afghaanse hoogwaardigheidsbekleders zich naar het militaire vliegveld. Ook zij lopen risico als ze de weg op gaan. Misschien wel meer dan de kamerleden. Hun voertuigen zijn bekend bij de zelfmoordcommando’s in Kabul. Afgelopen donderdag, toen de kamerdelegatie al weer thuis was, vond een zelfmoordaanslag plaats bij een van de poorten van het vliegveld. Volgens militairen op de luchthaven was de bomauto een zwarte Suzuki-jeep die al een tijdje stond te wachten op zoek naar een prooi. Toen er een konvooi burgerauto’s langskwam, trok hij op, maar miste en boorde zich in een Belgische pantserwagen. Daardoor bleef het aantal dodelijke slachtoffers beperkt tot één: een Afghaanse militair.</span></p>
<p><span class="artikeltekst"> </span></p>
<p><span class="artikeltekst">Ook in Tarin Kowt kregen de kamerleden te horen dat het buiten de basis te onveilig was. Diplomatieke kringen hier in Kabul maakten zich zorgen om de restricties die Defensie stelde. Het betrof niet zomaar parlementariërs, maar de leden van de vaste kamercommissie voor Defensie, degenen die door hun fractiegenoten beschouwd worden als experts op het gebied van de Uruzgan-missie. Wat als zij tot de conclusie zouden komen dat één jaar Nederlandse aanwezigheid de provincie niet veiliger had gemaakt? Zouden ze dan nog wel een verlenging willen steunen? Hun vrees was ongegrond. Want zonder ook maar iets gezien te hebben, concludeerden de meeste delegatieleden dat Nederland uitstekend werk verrichtte, dat vooral voortgezet moest worden. Zo ook Martijn van Dam van regeringspartij pvda, de partij die na veel twijfel had besloten de missie te steunen, maar die dan wel resultaten wilde zien op straffe van het intrekken van haar steun. Femke Halsema van GroenLinks, die vanaf het begin tegen de missie was, kwam juist ‘somberder’ terug. Dat was evenmin gebaseerd op informatie uit de eerste hand.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">Het wachten is op Nederlandse parlementariërs én bewindslieden die pas willen oordelen over de missie als ze die ook echt gezien hebben. Waarom zou een minister van Defensie niet mee kunnen op patrouille? Laat hem in het diepste geheim naar Uruzgan vertrekken, wijs hem twee persoonlijke bewakers toe, hijs hem in een militair tenue en laat hem meereizen met een provinciaal reconstructieteam. Dan kan hij de angst zien in de ogen van de Afghaan die door militairen wordt aangesproken en klem zit tussen hen en de Taliban. Dan kan hij horen hoe dorpelingen vertellen over de corrupte politie. Dan kan hij de spanning voelen als een groep militairen zonder helm, de geweerloop naar beneden, van een heuvel afdaalt om opnieuw het dorp in te gaan waar ze eerder in een hinderlaag liep. Misschien kan hij dan ook voelen hoe het is om handen te schudden met vriendelijke Afghanen die je op de thee noden, en vijf minuten na vertrek vanuit hetzelfde huis beschoten te worden. Dan zou hij waarschijnlijk beter de opmerking kunnen plaatsen die hij hoort van een jonge machinegeweerschutter die zegt: ‘Ik ben nu al vier keer in een hinderlaag terechtgekomen, maar ik zie nooit wie er op me schiet. Ik zie alleen maar mondingsvlammetjes. Ik zou zo’n gast die het op ons heeft gemunt wel eens goed willen raken, en zien dat-ie dood is. Dan slaap ik een stuk beter, zeker weten.’</span><span class="artikeltekst"></span></p>
<p><span class="artikeltekst">Misschien komt de minister dan tot dezelfde conclusie: doorgaan met de missie. In elk geval berust die beslissing dan op informatie uit eigen hand. Niet op die van hoge militairen die uiteraard willen doorgaan. Vredesmissies zijn </span><em><span style="font-family:Arial;">core business </span></em><span class="artikeltekst">voor de hedendaagse militairen, dus waarom zouden ze willen stoppen? Ook zou hij dan minder zwaar hoeven leunen op de informatie van Afghaanse functionarissen, die niet zelden flink verdienen aan de internationale gemeenschap. Met name de Amerikanen blinken uit in het vergeven van veel te dure contracten aan stromannen van corrupte bestuurders, zoals het recent vertaalde boek van Sarah Chayes, </span><em><span style="font-family:Arial;">De terugkeer van de chaos,</span></em><span class="artikeltekst"> laat zien.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">De Amerikaanse Chayes werkte sinds eind 2001 als journalist voor National Public Radio vanuit Kandahar. Later keerde ze terug als hulpverleenster. In haar boek beschrijft ze een grenzeloos naïeve internationale gemeenschap die zich in Kandahar, vlak bij Uruzgan, laat gijzelen door dezelfde warlords waarvan de Taliban nu juist – het was het enige goede wat ze deden – de bevolking hadden verlost.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">Als regerings- en parlementsleden dan niet de moeite en het risico nemen om te eisen dat ze Uruzgan zélf kunnen zien, ingebed in een Nederlands peloton, laat ze dan op z’n minst het boek van Sarah Chayes lezen voordat ze een zwaarwegende beslissing nemen over blijven of gaan.</span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Deh Rawod 5 september 2007]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/05/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-5-september/</link>
<pubDate>Wed, 05 Sep 2007 10:25:13 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/05/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-5-september/</guid>
<description><![CDATA[Vanuit het Isaf-kamp bij Deh Rawod strijden Nederlandse militairen met de Taliban én doen opbouwwer]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="ArtikelLead" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;letter-spacing:0;">Vanuit het Isaf-kamp bij Deh Rawod strijden Nederlandse militairen met de Taliban én doen opbouwwerk.</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;text-transform:uppercase;"></span><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">DEH RAWOD – Woensdag <span style="text-transform:uppercase;">5</span> september. Op de stafkaart staan met zwarte stift plaatsnamen geschreven. Het zijn de plekken waar de Afghaanse politie haar posten heeft, bedoeld om de Taliban uit het gebied te houden. Door drie ervan staan dikke rode kruizen. Die posten zijn niet meer. Ze zijn gevallen, nadat honderden Talibanstrijders vanuit het zuiden het gebied zijn binnengestroomd. Gedurende de dag komen berichten binnen over nog vier posten die omsingeld zijn door de Taliban.</span><!--more--></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">De stafkaart hangt in een gepantserde container op Camp Hadrian, het Nederlandse Isaf-kamp net ten zuiden van het plaatsje Deh Rawod. Op de kleine basis zijn enkele honderden Nederlandse militairen gelegerd. Volgens compagniecommandant kapitein Erik zijn nu ongeveer duizend Talibanstrijders in zijn gebied. Tarin Kowt, waar zich het hoofdkwartier van de Nederlandse Isaf-militairen bevindt, ligt op ongeveer een kwartier vliegen per helikopter naar het oosten. Wie versterkingen met pantserwagens en zwaar geschut wil aanvoeren, moet over land. Dan duurt de reis vele uren. De bergen tussen Tarin Kowt en Deh Rawod zijn ruig en onbedwingbaar.</span></p>
<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">Vandaag voltrekt zich wat een officier hier ‘het zwartste scenario’ noemt: een gecoördineerde Talibanaanval vanuit het noorden en het zuiden. Zeven Afghaanse controleposten worden omsingeld. Sommige vallen meteen, andere houden stand. Opvallend is dat bij de meeste politieposten niet hard wordt gevochten. De agenten zijn hulpagenten. Ze zijn slecht getraind, slecht bewapend en ze verdienen maar zeventig dollar per maand. Een deel van hen is al maanden niet uitbetaald.</span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Opiumval]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/01/opiumval/</link>
<pubDate>Sat, 01 Sep 2007 10:11:42 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/01/opiumval/</guid>
<description><![CDATA[→ Papaverbestrijding in Afghanistan.
De papaverproductie in Afghanistan is het afgelopen jaar ster]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal"><span class="artikeltitel"><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"></span></span><span style="font-size:10pt;font-family:Arial;"><strong><span style="font-family:Arial;">→</span></strong> <span class="artikelsubtitel">Papaverbestrijding in Afghanistan.</span><br />
<span class="artikelintro">De papaverproductie in Afghanistan is het afgelopen jaar sterk gestegen. Volgens de VN zouden de Isaf-troepen smokkel en laboratoria sterker moeten bestrijden, maar volgens de Nederlandse militairen speelt het vernietigen van de inkomstenbron van kleine boeren de Taliban in de kaart.</span></span></p>
<p><span class="artikelauteur"></span><span class="artikeltekst">KABUL – ‘Ik weet wel hoe je minder last kunt hebben van de opium’, zegt Sayfodin Sayhoon. Hij is hoogleraar economie aan de universiteit van Kabul en ontvangt ons in zijn appartement, gevestigd in een Oost-Europees aandoende betonnen ﬂat, gebouwd door de Russen, die in de jaren tachtig net als de Navo nu naar Afghanistan kwamen om de bevolking te helpen. ‘Je moet alle bestuurders en politiecommandanten in de provincies en districten ontslaan en er schone mensen voor in de plaats zetten. Jongeren, academici. En die moet je veel macht en heel veel middelen geven. Pas dan heeft het vernietigen van papaveroogsten misschien zin. Nu is iedereen, van hoog tot laag, betrokken bij de opium. Er is een systeem van corruptie dat de hele overheid omspant.’</span><!--more--></p>
<p><span class="artikeltekst">Volgens een deze week gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties is de verbouw van opiumleverende papaver het afgelopen jaar opnieuw gestegen. Er werd zeventien procent meer papaver verbouwd dan het jaar ervoor en het totale papaverareaal in Afghanistan beslaat nu een groter oppervlak dan de cocavelden in Colombia. Bovendien stellen de VN vast dat nu gebeurt wat de Amerikanen met de door hen gepropageerde papaververnietiging juist trachtten te voorkomen. In het zuiden heeft de Taliban de drugsproductie voor het eerst stevig in handen. Opiumdollars ﬁnancieren de guerrillastrijd. De VN roepen Isaf, de Navo-missie die de regering in Kabul ondersteunt, op zich meer in te zetten voor het bestrijden van smokkel en laboratoria.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">Eenheid in de uitvoering van het Isaf-beleid is ver te zoeken. Isaf-militaren mogen geen papavervelden vernietigen. Groot-Brittannië heeft – op regeringsniveau – de begeleiding van het Afghaanse antidrugsbeleid onder zijn hoede. Britse militairen in Helmand, waar zestig procent van de Afghaanse papaver wordt verbouwd, assisteren de vernietigingsteams dan ook zoveel mogelijk. Nederland, dat in Uruzgan een consistent counter insurgency-beleid tracht te voeren en de bevolking probeert los te weken van de Taliban, is juist terughoudend in het verlenen van assistentie. Het vernietigen van de inkomstenbron van kleine boeren zal volgens de Nederlanders leiden tot een toename van steun aan de Taliban.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">‘Je zult mijn troepen niet aantreffen terwijl ze papavervelden vernietigen. Wat we moeten doen, is de mensen een alternatieve economie bieden’, zei de Britse generaal David Richards vorig jaar in De Groene Amsterdammer. Richards was de bevelhebber van de Isaf-troepen in de zuidelijke regio van Afghanistan, waar de Nederlanders in Uruzgan onder ressorteren. Zijn toenmalige baas, de hoogste Navo-militair James Jones, een generaal van het US Marine Corps, was dezelfde ﬁlosoﬁe toegedaan: ‘We moeten het drugsprobleem in zijn geheel aanpakken. Vernietiging van de oogst alléén is niet de oplossing.’ De burgerbaas van de Navo, Jaap de Hoop Scheffer, was nog terughoudender. ‘De Navo is geen opiumpolitie’, zei hij.</span></p>
<p><span class="artikeltekst"> </span></p>
<p><span class="artikeltekst">Het is de bedoeling dat de boeren die hun papaveroogst vernietigd zien, geholpen worden over te schakelen op andere gewassen. Dit alternative livelihood-programma komt al jaren niet van de grond. Opium levert vele malen meer op dan graan en op de droge grond valt weinig anders te verbouwen. De lokale Afghaanse overheden hebben daar doorgaans weinig belang bij. In verschillende provincies heffen gouverneurs een illegale belasting op de opiumopbrengst, die wordt geïnd door de lokale politie, die meedeelt in de winst.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">Vorig jaar bezocht De Groene Amsterdammer de papavervelden rond Herat. De inwoners vertelden dat ze liever gewassen zouden verbouwen die wél in overeenstemming zijn met de islam. Opium is haram, verboden, want een goed moslim mag zichzelf en anderen geen schade toebrengen. ‘Maar’, zeiden zij, ‘de regering belooft ons van alles, maar niemand komt ons helpen.’ Een dorpsoudste, zelf een van de grootste opiumboeren van de streek, vertelde dat zijn dorp zou stoppen met de papaverteelt als de overheid eindelijk eens over de brug zou komen: ‘De regering heeft beloofd dat de wereldgemeenschap ons zou helpen, maar daar hebben we niets van gemerkt. Als we steun zouden krijgen, kunnen we hier een cementfabriek opzetten. En vlakbij zit olie, ook dat biedt mogelijkheden. Ik heb het gezegd tegen de gouverneur. ‘Geef ons geld voor fabrieken’, zei ik, ‘dan is de papaver binnen 24 uur verdwenen.’ Ik heb niets meer van hem gehoord.’ De vernietigingsteams rond Herat, geleid door de lokale politiecommandant, vernietigden slechts de velden van arme boeren. Wie smeergeld betaalde, behield zijn oogst.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">In Uruzgan is de opiumoogst bijna gelijk aan vorig jaar. Nederlandse provinciale reconstructieteams (prt’s) proberen tijdens dagenlange patrouilles de boeren te laten overschakelen op andere gewassen. Daartoe is een programma opgezet om boeren een verrijkt soort amandelbomen te laten planten waarvan de amandelen vijf keer meer opleveren dan opium. Er zijn nu 24.000 bomen door Afghaanse non-gouvernementele organisaties aan boeren geleverd. Nederland betaalt de bomen, maar de ngo’s werken ‘onder de radar’ – ze hebben geen openlijke verbinding met de Nederlandse militairen. Het is een programma van lange adem. Pas over tweeënhalf jaar dragen de bomen vrucht. Prt’s brengen ook de irrigatiewerken in kaart, zodat die door Afghaanse ngo’s verbeterd kunnen worden. Daarbij wordt de bevolking ingeschakeld als werkkracht. Papaver heeft maar weinig water nodig. Op goed bewaterde grond is ook andere teelt winstgevend. De werkzaamheden lopen niet altijd soepel, zoals bleek tijdens een patrouille op de westelijke Dorafshan-oever, februari vorig jaar. De boeren kregen van een lokale ondernemer voor het werk aan de kanalen veel minder betaald dan beloofd en de arbeid werd gestaakt voordat het project voltooid was. De Nederlandse prt-commandant kon niet veel meer doen dan beloven dit te melden aan de lokale autoriteiten.</span></p>
<p><span class="artikeltekst"> </span></p>
<p><span class="artikeltekst">Tijdens het afgelopen oogstseizoen werd ook in Uruzgan papaver vernietigd, zij het op kleine schaal. De Nederlandse Isaf-troepen boden daarbij slechts minimale bijstand. Op Kamp Holland wordt niet geheimzinnig gedaan over de weerzin tegen vernietiging zonder dat de boeren een alternatief wordt geboden. Maar Isaf ondersteunt de Afghaanse regering, dus de vernietiging kan door Nederlandse militairen niet worden tegengehouden. Het werk werd verricht door een Afghaans-Amerikaans team; de Amerikanen werkten voor de militaire ﬁrma DynCorp. Het Amerikaanse weekblad The New Yorker stuurde een verslaggever mee. Die tekende op hoe de Amerikanen neerkeken op de Hollanders, die toestemming gaven slechts in een klein gebied oogsten te vernietigen. De boeren van wie de papaveroogst werd vernietigd, keerden zich ogenblikkelijk tegen de regering en de buitenlandse troepen. ‘Jullie hebben een grote fout gemaakt’, zei een getroffen boer tegen de Amerikaanse commandant. ‘Nu zullen wij nog meer tegen jullie zijn. Ik moet mijn kinderen voeden.’ Toen de tolk vervolgens koranverzen reciteerde die opium verboden, riposteerde de boer dat de koran ook leert dat kaﬁrs, ongelovigen, bestreden moeten worden. De volgende dag werd het vernietigingsteam aangevallen. In een vier uur durend vuurgevecht werden vier Afghaanse agenten en verschillende burgers gedood.</span></p>
<p><span class="artikeltekst">De Navo en de VS tonen hun spaarzame successen in Afghanistan graag aan de buitenwereld, maar persberichten over het oprollen van smokkelnetwerken en laboratoria worden door de militaire voorlichters zelden afgescheiden. Logisch, zegt Sayfodin Sayhoon, want er zijn geen successen te behalen. ‘Laboratoria zijn hier bijna niet. Smokkel is niet tegen te gaan in dit woeste terrein. Afghanistan is nu het opiumproductieland, zoals China dat vroeger was. De verwerking gebeurt elders, vooral in Iran. Je kunt het zien aan de prijzen. De boeren verkopen een kilo voor honderd dollar aan de smokkelaars. Die brengen het naar de grens met Iran en krijgen per kilo vierhonderd dollar. Zodra het spul de grens over is, kost een kilo twaalfhonderd dollar. Daarna wordt het verwerkt tot heroïne. Die wordt verder getransporteerd en uiteindelijk in Amsterdam voor veertigduizend dollar per kilo verkocht. Dit is een economisch probleem. Opium levert simpelweg te veel op. Zolang de vraag blijft bestaan, zal er papaver verbouwd worden. Hier of elders. De vraag is niet hoe je daar vanaf komt, de vraag is hoe je voorkomt dat de Taliban er baat bij hebben.’</span></p>
]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Deh Rawod 6 september 2007]]></title>
<link>http://weboorlog.wordpress.com/2007/09/12/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-6-september/</link>
<pubDate>Thu, 06 Sep 2007 10:27:38 +0000</pubDate>
<dc:creator>weboorlog</dc:creator>
<guid>http://weboorlog.nl.wordpress.com/2007/09/06/%e2%80%98we-laten-mensen-niet-in-de-steek%e2%80%99-6-september/</guid>
<description><![CDATA[Donderdag 6 september – Bij dageraad rukken Nederlandse eenheden op. In het zuiden komen zij niet ]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<p class="Normalrtf62" style="line-height:150%;"><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;text-transform:uppercase;">D</span><span style="font-size:10pt;line-height:150%;font-family:Arial;color:windowtext;">onderdag 6 september – Bij dageraad rukken Nederlandse eenheden op. In het zuiden komen zij niet in actie, maar nemen positie in op een heuvel. Daar zien ze hoe de ene na de andere post zich overgeeft aan de Taliban. In het noorden, bij Cutu, vallen de Nederlanders aan. Ze worden beschoten met mortieren, <span style="text-transform:uppercase;">rpg</span>’s (raketgranaten) en automatische wapens. Ze vechten terug en schakelen onder meer een spotter uit die vanuit de versterkte post het mortiervuur leidt. ’s Nachts wordt voorpost Volendam, zes kilometer ten noorden van Camp Hadrian, aangevallen met mortieren en raketgranaten. Tijdens de gevechten vallen geen Nederlandse slachtoffers.</span></p>
]]></content:encoded>
</item>

</channel>
</rss>
